Acteur Bert André over zijn 'vele goede dagen' met chronische leukemie
Chronische myelomonocytaire leukemie (CMML)
Leukemie is een verzamelnaam voor verschillende vormen van bloed- of beenmergkanker. Afhankelijk van het soort witte bloedcel dat de ziekte veroorzaakt, spreken we van lymfatische of myeloïde leukemie. Bovendien kan de ziekte acuut of chronisch (met een trager ziekteverloop) zijn. Chronische myelomonocytaire leukemie is een subtype. Het komt voornamelijk voor bij oudere mensen.
- Meer informatie over chronische leukemie op de VLK-website
- Details over CMML op de website van de American Cancer Society (Engelstalig)
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Het is een halve medische encyclopedie, waar Bert André (67) aan lijdt. Leukemie. Hartproblemen. Nierfalen. Liesbreuk. Met gierende humor hakt de gevierde acteur zich een weg door de jungle van kwalen die zijn lijf belagen: 'Jááha, ik hang met haken en ogen aaneengeflanst'. Tekst: Marc Peirs, uit Leven 38, april 2008
'Ach jongen, er zit geen vlees meer aan mijn kont. Ik zit op het bot. Op mijn staartbeen. (Luid lachend:) Moet je ook een kussentje? Zit maar makkelijk, want ik heb een heel verhaal te vertellen.'
'Al van 2003 weet ik dat ik leukemie heb. Ik was op artsenbezoek omdat ik last had van mijn nieren. Daar bleek niks mis mee. Maar de arts stuurde me wel, zorgelijk kijkend, naar de afdeling oncologie. Toen kwam uit onderzoek dat vreselijk lange woord dat je wou noteren: chronische myelomonocytaire leukemie (zie kaderstukje, nvdr). Nou, een mondvol, dacht ik.'
'Daar viel best mee te leven. Dat was chronisch. Ik moest gewoon om de vier maanden op controle. Maar het gedonder is begonnen toen de leukemie actief werd, in februari 2007. Plots. Geen idee wat het heeft geactiveerd. Ik kreeg zulk een verschrikkelijke vermoeidheid. Dus werd ik in het ziekenhuis opgenomen.'
'Mijn arts zei: “U leeft nog zes weken, of we moeten nu meteen optreden”. Fijne keuze, dacht ik. Schiet maar in actie. Dan heb ik een vorm van chemo gekregen waarop ik goed heb gereageerd. Alles bij elkaar heb ik ongeveer twee maanden in het ziekenhuis gelegen, tussen maart en half juni. Dan ben ik ambulant patiënt geworden. Die leukemie, ze is opnieuw in een chronische fase beland. Ik zeg altijd: het deksel zit weer op de put.'
'Rond die tijd lieten mijn nieren het afweten - al had dat denk ik niets met mijn leukemie te maken. Maar ik moet wel drie keer per week naar het ziekenhuis, aan de nierdialyse. Goeddeels doe ik dat zelf. De eerste keer, toen ik alle darmpjes zag die op de juiste plek moeten komen, dacht ik ‘God, dit lukt me nooit’. Maar een dame die ook dialyse moest doen, stelde me gerust: ‘Kom, manneke, ik zal u dat eens leren’. En nu koppel ik de darmpjes routineus aan. Zulk een dialyse duurt vier uur. Eerst liggen alle patiënten gezellig te kwebbelen, dan gaat dat over in een monotoon gesnurk want (lacht) iedereen ligt te pitten. Ik? Ik pit mee. Of ik lees mijn krantje.'
'De dialyse helpt om mijn streefgewicht, 70 kilogram, te halen en te handhaven. Ik mag niet te veel vocht in mijn lichaam hebben. Ik mag nu wel wat kilo’s aankomen, maar het moeten spiéren zijn, geen vet of vocht. Op mijn leeftijd kweek je die spieren niet zo makkelijk meer. Ik heb wel zo’n hometrainertje, maar goed, ja… Raak daar maar op (glimlacht).'
'Leukemie, nierfalen… En dan heb ik ook nog een hartprobleem. Mijn rechterhartklep. Elf jaar geleden had ik al een probleem met de linkerklep. Toen ben ik succesvol geopereerd. Nu kan dat niet. Net zo met mijn liesbreuk. Zie je, ik zit met een tennisbal in mijn broek! Normaliter is dat een operatietje van niks. Maar niet bij mij! Door de leukemie zijn mijn bloedplaatjes veel te laag en stolt mijn bloed niet goed. Ze kunnen niet in me snijden of het bloed spuit tot tegen het plafond.'
'De ziekte kwam als een opdonder. In augustus 2006 ben ik met pensioen gegaan. Feestje gegeven, alles heel gezellig, we voelen ons goed. Mijn lieve vrouw Mieke en ik, we wilden het voortaan rustig aan doen. Koffietje drinken op het pleintje om de hoek. Leuk samenleven. Ik had ook best nog opdrachten in mijn agenda staan. Een theaterstuk hernemen, meespelen in een film, wat voor televisie doen. Dan: ziek. Dus ik neem mijn agenda, en hop, schrappen maar.'
'Want spelen, dat lukt me niet meer. Die ellendige vermoeidheid! Vroeger was ik dol op rénnen op het podium. Nu….Vraag je me hier op de tafel te klimmen, ben ik er een kwartier zoet mee (lacht). Of tijdens een wandeling met Mieke; blijf ik plots staan, zogezegd om een gevel aan de Cogels-Osylei te bewonderen. Of om een etalage te bekijken. Maar stond ik daar voor een etalage vol kunstbenen! Dan denk ik: wat ben je hier nu aan het staren….Dat komt omdat je gewoon te moé bent om nog een been voor een ander te zetten (giert het uit).'
'Al bij al viel het afscheid van het acteerwerk mee. Het huis is afbetaald, dochter Sandrine vindt haar eigen weg, ik heb mijn pensioen… Dus daar hoef je ’t allemaal niet langer voor te doen. Ik heb 41 jaar gespeeld. Met veel zin en plezier! Als kind trok ik al met mijn ouders te voet van ons dorpje naar het nabijgelegen Maastricht naar de schouwburg. Ik was aangetrokken door het mysterieuze van het theater. Als het doek opengaat en –aahhh!- een acteur stapt de scène op! Het is een wonderlijk moment, avond aan avond. Maar als acteur moet je ook niet té lang blijven doorspelen. Ik heb mijn tijd gehad.'
'Een archief? Knipsels over mijzelf? Ben je mal! Niets heb ik bewaard. Nu ja, als een regisseur me een videoband of een DVD’tje toestuurt, dat is leuk, dat hou ik wel bij. Ik vind wel dat ik een aantal mooie dingen heb gedaan in het theater, maar ja, wanneer een theaterstuk voorbij is, is het écht, onherroepelijk voorbij. Het leeft misschien voort in de herinnering van de toeschouwers, dat is juist. En dat is waardevol. Nu en dan sta ik in een winkel, zie ik hoe andere klanten elkaar aanstoten en zeggen: “Kijk, die van ‘Flodder’! (populaire Nederlandse film over een baldadige, kansarme familie, nvdr)”. Dat is wel aardig, maar écht blij ben ik als iemand herinneringen heeft aan een voorstelling van ‘Wachten op Godot’ (van Bert André’s veelgespeelde auteur Samuel Beckett, nvdr).'
'Soms voel ik een steek van jaloezie, bijvoorbeeld wanneer een bekende me enthousiast vertelt over zijn reis naar Jordanië. Dan denk ik: ‘Zoiets is voor mij nooit meer weggelegd’. Door de dialyse, voor de rest van mijn leven zit ik eraan vast. Je kan, soms, in het buitenland daarvoor terecht in een grote stad, maar echt handig is dat niet. Nu ja, ik ben toch nooit zo’n reiziger van formaat geweest (lacht).'
'Wat mij overkomt, is niet leuk. Maar ik wil er ook niet overdreven dramatisch over doen. De dood is per slot van rekening inherent aan ons leven. Ik ben 67. Ik heb het grotendeels gehad. Vind je dat een super-nuchtere visie? Tja. Die nuchterheid is ook een beetje mijn redding.'
'Zelfs bij de echte sportievelingen die op hun 70ste nog zwemmen en fietsen en hollen, gaat het lichaam er op achteruit. We moeten niet doen alsof we eeuwig jong blijven want dat is gewoon niet zo. Hoe noemden Koot en Bie dat fenomeen van wie zijn leeftijd ontkent? De Oudere Jongere (lacht)! Neen, dan liever mijn krantje ’s ochtends en een dutje s’ middags. Dat valt toch allemaal behoorlijk mee met mij? Er zijn er veel die op mijn leeftijd in hun rolstoel achter de geraniums zitten!'



