Als jongere een ouder verliezen (1): Marc Van Eeghem: te vroeg met te veel fragiliteit geconfronteerd
Als jongere een ouder verliezen
- Isabelle (13): 'Soms droom ik dat ik mijn mama zie en met haar praat'
- Ilse Ruysseveldt: 'Kinderen kunnen dat heus wel, omgaan met verlies, al is het voor hen ook niet makkelijk'
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Marc Van Eeghem: te vroeg met te veel fragiliteit geconfronteerd
Acteur Marc Van Eeghem (47) ging in het voorjaar uit de kleren voor de 'Laat wat zien'-campagne over borstkanker van Kom op tegen Kanker. De campagne deed hem terugdenken aan zijn tienerjaren, toen hij zijn vader aan beenmergkanker verloor. Zijn moeder hield hem van de ziekte weg en als puber had hij er zelf weinig boodschap aan. Toch volgde later een emotionele opdoffer.
Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 36, oktober 2007
'Mijn vader was een grote, imposante man,' vertelt Marc Van Eeghem, 'een echte pater familias in ons gezin met vijf zonen. Hij was scheepsingenieur en verbleef geregeld in het buitenland. Toen hij vijftig was, dacht hij erover wat minder te reizen, al kreeg hij nog een aanbod om vijf jaar naar Australië te emigreren. Dat werd aan tafel besproken. Wij waren nog met twee jongens thuis, ik en mijn broer die anderhalf jaar ouder is. Wij zagen dat wel zitten: het strand en surfen op de golven.'
'Maar die grote plannen gingen niet door. Net in die tijd - het was begin jaren '70, ik was twaalf, dertien - begon mijn vader stevig te hoesten en plots van alles te mankeren. Dat waren we niet van hem gewend. Hij ging naar de dokter omdat hij last had van zijn been. Die zei dat het een cyste was. De cyste werd weggesneden en klaar was kees. Maar toen mijn vader terugkeerde van een werfbezoek in Australië, had hij opnieuw last van dat been. Bovendien kreeg hij andere klachten en voelde hij zich zwak. Hij raadpleegde een andere dokter die hem prompt doorverwees naar Leuven. Uiteindelijk bleek het om beenmergkanker te gaan.'
'Tijdens zijn behandeling verbleef hij maandenlang in Leuven. Mijn broer en ik zijn daar één, hoogstens twee keer op bezoek geweest. Mijn moeder schermde ons van het gebeuren af. Zij trok zelf twee keer per week naar Leuven. Mijn vader kwam één keer naar huis. Hij was toen wat aan de beterhand, maar ongelofelijk vermagerd. Dat was een naar beeld: mijn vader mager op de sofa, vol gezwellen. Toen er een oom op bezoek kwam die onze verzekeringen regelde, begon hij plots te huilen. Dat was onwezenlijk voor mij. Mijn vader die huilde. Dat zette mijn wereldbeeld op losse schroeven.'
Slappe lach
'Naar het ziekenhuis gingen mijn broer en ik liever niet. Wij wisten ons daar geen houding te geven. Mijn vader probeerde zich stoer te houden, maar je zag hem bijna letterlijk "wegkankeren". Mijn vader is in Leuven gebleven tot drie weken voor zijn dood. Toen is hij nog overgebracht naar Knokke, om dichter bij huis te zijn. Mijn moeder was daar heel erg tegen. Mijn vader was stervende en samen hadden ze afgesproken om ons daar zoveel mogelijk buiten te houden. Toen ik mijn vader in Knokke terugzag, woog hij nog maar veertig kilo. Dat was een schok. Van de imposante man die hij ooit was, bleef haast niets meer over. Enerzijds wisten wij wel dat het niet goed met hem ging. Moeder zei dat wel eens en er was plots sprake over ooms, of erger, oudere broers, die als "voogd" zouden fungeren. Dat vonden wij maar niks. Maar anderzijds stonden we ook een eind af van de realiteit. Ik weet nog dat ik op de begrafenis geregeld de slappe lach kreeg. Iedereen deed plots zo formeel, zo "raar" in mijn ogen. God ja, ik was een puber, vijftien ondertussen en ik dacht altijd maar: "Doe toch normaal".'
Zelf doodgaan
'Nadien heb ik wel een serieuze opdoffer gekregen. Verdriet voelde ik niet echt, maar ik begon zelf allerlei klachten te ontwikkelen. Ik had voortdurend het gevoel dat er iets niet in orde was, dat ik misschien wel zou doodgaan. Ik at en leefde heel gezond, ik sportte voortdurend, maar de schrik bleef. Soms dacht ik dat ik een hartaanval zou krijgen, soms dacht ik dat er iets met mijn hersenen was. Mijn moeder ging met me naar de dokter, die mij dan onderzocht, maar ook wel wist dat het vooral psychosomatisch was. Op school deed ik geen klap meer. Het interesseerde mij niet meer. Ik hing er meestal een beetje cynisch bij. Ik had een vriend wiens vader zich 'doodgezopen' had. Dat vond ik stoer. Met hem trok ik vaak op. We voelden ons verwante zielen. We hadden allebei 'al iets meegemaakt'. Dat speelden we in de klas soms uit tegenover de leraars. "Pas op", zeiden we dan. "Wij zijn wel wees, ons vader is dood." Sommige leraars konden daar niet mee overweg, ze vonden het respectloos. Anderen beseften wel dat we het allemaal moeilijk verwerkt kregen. We waren te vroeg met te veel fragiliteit geconfronteerd. Toch vonden ze op het college na een tijdje welletjes. Na dat schooljaar ben ik van school gestuurd wegens 'ostentatieve luiheid' (lacht). Ik ben dan naar het atheneum gegaan en daar was het na een tijdje vanzelf over. Ik was toen zestien en had plots het gevoel aan een nieuw leven te beginnen. De zomer was leuk geweest en het hele gebeuren met mijn vader was ondertussen al bijna twee jaar achter de rug. Ik weet nog dat mijn vader in februari overleden is, maar ik weet niet precies in welk jaar. Ik heb dat eerlijk gezegd allemaal een beetje verdrongen. Ik wou niet met dat zieke beeld van mijn vader verder leven, ik heb vooral de goeie herinneringen aan hem bewaard.'
Verlaat verdriet
'Mijn vader was 54 toen hij stierf, ik ben er nu 46. Stilaan duiken die "andere" herinneringen ondertussen wel weer op en soms ook wel verdriet. Vijf jaar geleden reed ik met mijn vrouw van een feestje naar huis, ik had wat gedronken, en plots waren er tranen, voor het eerst. Jammer, zei ik, dat mijn vader niet meer heeft meegemaakt dat het met zijn vijf zonen toch nog goed is afgelopen, ook met mij. Ik heb hem nooit echt gemist, maar ik besef wel dat ik me weinig tegen een vaderfiguur heb kunnen afzetten. Die 'banale' strijd tussen vader en zoon, die bij elke puberteit hoort, heb ik niet kunnen voeren. Achteraf gezien had ik ook wel wat opvang kunnen gebruiken in dat moeilijke jaar na de dood van mijn vader. We hebben het allemaal zelf op ons eentje uitgezocht: ik, mijn moeder, mijn broers. We hebben ons sterk gehouden en ons erdoor geslagen, ieder op zijn manier, maar ondertussen vraag ik mij wel eens af, je sterk houden en niet zwak mogen zijn, is dat wel goed?'
- Als jongere een ouder verliezen (2): Isabelle: 'Soms droom ik dat ik mijn mama zie en met haar praat'
- Als jongere een ouder verliezen (3): Ilse Ruysseveldt: 'Kinderen kunnen dat heus wel, omgaan met verlies, al is het voor hen ook niet makkelijk'
- Naar het verhalenoverzicht



