LinksSitemapContact
U bent hier:

asbest: de stille doder

Meer informatie

  • Belgische Vereniging van Asbestslachtoffers, www.abeva.be , tel. 0479/92.72.36.
  • Tips om veilig met asbest om te gaan, vindt u in de brochure Asbest in en om het huis van de Vlaamse overheid. Te downloaden op http://lucht.milieuinfo.be of te bestellen via de Vlaamse Infolijn: 1700 (gratis oproep).

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Toen huisarts Paul Vandenbroucke zijn broer Luc doorverwees met ademhalingsklachten, kon hij niet vermoeden dat het nieuws zó slecht zou zijn. Luc had maligne mesothelioom, een dodelijke kanker van de longvliezen, bij hem veroorzaakt door asbest. Helaas, niet te genezen.

Tekst: An Van de Velde, uit Leven 33, januari 2007

'Luc was nooit echt ziek geweest tot hij bij mij kwam aankloppen met ademhalingsklachten', vertelt Paul Vandenbroucke. 'Hij was 45 jaar en met 120 kilo wel wat zwaarlijvig, ja. Mijn eerste reactie: "je moet vermageren". Ik luisterde naar zijn longen en hoorde dat er vocht zat op de rechterlong. Ik heb hem doorverwezen voor een radiografie en toen bleek dat er iets mis was met het longvlies. Dan heb ik hem naar een longarts gestuurd voor een longscan en een pleurapunctie (bij een pleurapunctie prikt de arts met een naald door de huid in het vocht tussen de longvliezen - pleurabladen - en laat een staal van dat vocht onderzoeken in het laboratorium, nvdr.). Drie dagen later kregen we de diagnose: mesothelioom, longvlieskanker, veroorzaakt door blootstelling aan asbest. We vielen uit de lucht.'
Luc werkte als technicus aan de verwarmingsinstallatie van het Brusselse Manhattan Center, een gebouw dat - zo bleek later - vol asbest stak. Daarna was hij jaren aan de slag als onderhoudstechnicus in een drukkerij. Ook daar kwam hij met het moordende mineraal in contact.
Paul Vandenbroucke: 'De isolatiedichtingen van de machines - Klingerit was de naam - waren gemaakt van asbest. Luc wist niet dat hij met dat gevaarlijke goedje werkte, dat hij een risico liep. Zijn werkgevers hebben hem niet één keer gewaarschuwd. Beschermkledij heeft hij nooit gedragen, zelfs niet toen dat al wettelijk verplicht was.'

Geen genezende therapie

Asbest is een stille doder. Bij inademing dringen de microscopisch kleine vezeltjes tot diep in de longen, ze kunnen jaren in het lichaam sluimeren. Soms dertig of veertig jaar lang, zonder klachten. Tot ze plots de longvliezen aantasten en kanker veroorzaken.
'Longvlieskanker ís niet te genezen', legt Paul Vandenbroucke uit. 'Er bestaat geen doeltreffende therapie. De meeste patiënten overlijden zes tot twaalf maanden na de diagnose. Luc wist dat hij een vogel voor de kat was, maar hij is blijven vechten. In het ziekenhuis hebben ze het vocht van de longen gehaald en het longvlies met talkpoeder tegen de long gekleefd om nieuwe vorming van pleuravocht tegen te gaan. Luc kreeg ook chemotherapie en na de eerste behandeling ging het een paar maanden redelijk goed. Dan volgde een tweede, tamelijk experimentele behandeling en ging het weer een tijdje beter. Maar uiteindelijk hielp zelfs de zwaarste chemo niet meer. De tumor bleef groeien, er was niks meer aan te doen.'

Hulp en steun

'"Zou ik het vertellen", vroeg hij', gaat Paul Vandenbroucke verder. '"Natuurlijk", zei ik. "Het is geen ziekte om je voor te schamen". Hij heeft het nooit onder stoelen of banken gestoken. Iedereen mocht het weten. Hij had veel vrienden, de steun was enorm. Zijn vrouw Annick had geen rijbewijs, maar hij had altijd een chauffeur om naar het ziekenhuis te rijden of om boodschappen te doen. Iedereen stond klaar om te helpen.'
Alleen zijn collega"s hebben het laten afweten. Toen Luc wist dat er geen hoop meer was, besloot hij een rechtszaak aan te spannen tegen de twee firma"s waar hij had gewerkt.
Paul Vandenbroucke: 'Zijn collega"s weigerden te getuigen, omdat ze bang waren hun job te verliezen. Kort daarna stonden ze allemaal op straat, het onderhoud van de machines werd voortaan uitbesteed. Dán zijn ze bij mijn broer komen aankloppen: wat kunnen we doen? Maar toen was het te laat, het proces was afgelopen. Luc heeft die rechtszaak verloren omdat hij niet kon aantonen dat zijn werkgevers een "opzettelijke fout" hadden begaan. In de drukkerij gaven ze wel toe dat ze een "administratieve fout" hadden gemaakt, omdat ze verzuimd hadden officieel aan te geven dat ze asbest gebruikten. Maar ze wisten zogezegd niet dát asbest gevaarlijk was. Misdadig, toch. Sinds de jaren 40 weet men dat asbest kankerverwekkend is. Die werkgevers móesten op de hoogte zijn.'

Geen pijn

Luc wist dat zijn ziekte niet te genezen was, toch bleef hij zo normaal mogelijk verder leven, genieten. Hij at graag, dronk graag een goed glas wijn.
'Al bij al heeft hij nog mooie jaren gehad', benadrukt Paul Vandenbroucke. 'Af en toe werd hij opgenomen in het ziekenhuis voor chemotherapie, daarna mocht hij weer naar huis. Hij bleef de boodschappen doen, traag, op zíjn tempo natuurlijk. Want hij was wel moe. Op het einde van zijn ziekte moest hij voortdurend naar adem happen. Uiteindelijk heeft hij de strijd verloren. Luc is thuis gestorven, op een zaterdag in november, aan een hartaanval. De tumor was zo groot geworden dat hij tegen zijn hart drukte. Een mooie dood, toch nog. Maar dan besef je weer hoe machteloos je bent, zelfs als dokter. Als arts ben je niet altijd genees-heer. Ik heb zoveel mogelijk geprobeerd hem te helpen. Hij had mij ook gevraagd hem niet te laten lijden. Daar was hij bang voor, te moeten afzien. Veel pijn heeft hij gelukkig nooit gehad. Hij kreeg morfine en we hebben de dosis geleidelijk opgedreven. De pijn bleef bij hem tamelijk goed onder controle. Ik kon alleen proberen het voor hem een beetje draaglijk te maken, maar ik heb mijn broer niet kunnen redden.'

Mooie momenten

Luc is uiteindelijk een van de langstlevende patiënten met mesothelioom geweest. De diagnose is gesteld in juli 1995, in 1999 is hij overleden.
'Ik herinner me veel mooie momenten met mijn broer', mijmert Paul Vandenbroucke. 'Ik zie hem nog zitten, thuis, in zijn zetel, in stilte genieten. "Wat doe je", vroeg ik. "Ik kijk naar mijn gezin", zei hij. Zijn vrouw en zijn kinderen betekenden alles voor hem. Ik ben blij dat hij nog zo lang heeft kunnen overleven met die kanker. Zelf had hij nooit hogere studies gedaan, maar hij droomde ervan dat zijn jongens een universitair diploma zouden behalen. Voor hij stierf, wist hij dat ze allebei geslaagd waren. Hij was een trotse vader. Luc hield ook van zeilen. Een paar maanden voor zijn dood hebben we nog een boot gehuurd in Oostende om er samen op uit te trekken. Luc was in zijn nopjes, een levensgenieter. Zo wil ik hem blijven herinneren.'

Saneren op de juiste manier

Al in de jaren 50 en 60 waren er ernstige aanwijzingen dat asbest een dodelijke kanker veroorzaakt. Ondanks die wetenschap wordt de markt in de jaren 70 en 80 overspoeld met asbestproducten. Ook heeft het nog tot 1998 geduurd vooraleer België de invoer en verwerking van asbest verbood.

In België is naar schatting 3 miljoen ton asbest verwerkt. Omdat het goedkoop en haast onverwoestbaar is, werd het verwerkt in duizenden producten: cementgolfplaten, dakleien, bloembakken, afvoerbuizen en goten, als isolatie rond verwarmingsbuizen...
Paul Vandenbroucke: 'Zolang de vezels stevig verankerd zitten, is er geen gevaar. Gevaarlijk wordt het als er slijtage optreedt en er stukjes beginnen af te brokkelen. In België zijn er bijvoorbeeld nog veel daken van asbestcement. Maar wat zie je als mensen hun dak vervangen? Ze gooien de pannen van boven naar beneden in de container. Een enorme stofwolk met asbestvezels volgt...'

Veilig ruimen

Asbest is intussen verboden, maar je komt het nog overal tegen. Een dak of een goot vervangen, houdt een potentieel gevaar in. Zelfs een lichte blootstelling aan asbest kan later longvlieskanker veroorzaken, hoewel het risico stijgt met de ernst en de duur van de blootstelling.
'Het aantal asbestslachtoffers in België is wellicht zwaar onderschat en zal de komende jaren zeker nog toenemen', merkt Paul Vandenbroucke op. 'De enige preventiemaatregel die zin heeft, is saneren, maar dan wel op de juiste manier. Men moet dringend in kaart brengen waar er overal asbest zit. En meer investeren in bedrijven die op een veilige manier asbest kunnen ruimen. Men zou het de man in de straat ook een beetje makkelijker moeten maken. Er bestaan speciale zakken om asbest veilig te bergen. Waarom die niet gratis aanbieden in de gemeentehuizen? Met die zakken moet je dan terechtkunnen in de containerparken. Dat is haalbaar én betaalbaar. Het zou in ieder geval minder kosten dan de dood van iemand. De kosten voor de behandeling variëren van 50.000 euro, als het snel gaat, tot 100.000 euro of meer. Dat kost de staat ook handenvol geld.'

Beter laat dan nooit

Asbest is een gevaarlijk goedje, niet alleen voor werknemers van asbestverwerkende bedrijven, maar ook voor bouwvakkers en anderen die er beroepshalve mee in aanraking kwamen en zelfs voor mensen uit de buurt van die bedrijven.
Paul Vandenbroucke: 'Vandaag kunnen alleen werknemers die beroepshalve met asbest in aanraking kwamen, zoals mijn broer, een vergoeding in de vorm van een vervangingsinkomen krijgen via het Fonds voor Beroepsziekten. Andere slachtoffers - zelfstandigen, familie van werknemers en mensen die in de buurt woonden van een asbestverwerkend bedrijf - blijven in de kou staan. Er moet een fonds komen voor álle asbestslachtoffers, gespijsd door de asbestverwerkende bedrijven van toen én de staat. Want de Belgische overheid is mee verantwoordelijk. Ze heeft de bevolking én de bedrijven onvoldoende geïnformeerd over de gevaren van asbest en onvoldoende maatregelen getroffen. En ze heeft veel te lang gewacht om asbest te verbieden.'
Gelukkig is de federale regering tot inkeer gekomen. Ze heeft in oktober 2006 beslist om vanaf 2007 tien miljoen euro per jaar uit te trekken om mensen te vergoeden die ziek zijn geworden door contact met asbest.


Naar het verhalenoverzicht