LinksSitemapContact
U bent hier:

Bezweringsrituelen. Dichter Luuk Gruwez over het wapen van de pen tegen kanker

Bio
Luuk Gruwez is dichter en auteur van min of meer autobiografisch proza. Hij ontving o.a. de prijs van de Vlaamse Gids, de prijs van de Vlaamse Poëziedagen en de Hugues C. Pernathprijs voor Poëzie in 1995. Hij schreef over de kanker van zijn vriendin in Onder vier ogen – Siamees dagboek (1992, samen met Erik Verpaele) en in de dichtbundel Vuile manieren (1994). U vindt fragmenten uit deze werken op de website van Luuk Gruwez: http://users.pandora.be/walter.vanroy.

Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Als een derwisj danste dichter Luuk Gruwez (54) met zijn woorden rond de borstkanker van zijn geliefde Mieke: 'Soms moet je de dood charmeren om hem op afstand te houden'. Missie geslaagd: Mieke is kankervrij, en de angst van toén is gestold in geschrift.

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 40, oktober 2008

'Aartsmoeilijke jaren, zo herinner ik me de periode ‘80 en begin ‘90. Ik kreeg een training in lijden. Mijn ouders overleden kort na elkaar op jonge leeftijd, 51 en 54 waren ze pas. Zelf kreeg ik de diagnose MS te horen. En mijn vriendin Mieke kreeg drie keer af te rekenen met kanker.'

Opluchting na wanhoop

'Mieke heeft àlles gehad wat je kan krijgen als patiënt, op amputatie na. Laat ik proberen het ziekteproces te reconstrueren. Bij een gynaecologische controle in ’89 bevestigde een mammografie wat zijzelf al had ontdekt: het bleek om een borstkanker te gaan. Na controle van de okselklieren, bleken er gelukkig geen merkbare uitzaaiingen te zijn zodat de kans op genezing vrij groot was. Champagne dus. Na de wanhoop, de opluchting.'
'Er volgde een operatie en bestraling. Drie jaar later, in ’92, was de kanker er weer. En het oogde veel dramatischer. Er bleken uitzaaiingen te zijn in de hals, de oksel, achter het borstbeen. Een nieuwe bestraling en chemotherapie drongen zich op. Ruim een half jaar lang heeft Mieke die chemo relatief goed verdragen. Erg was wel dat je die gezwelletjes kon voelen. Daardoor werden wij er voortdurend toe verleid te tasten, te controleren of ze al wat kleiner werden, en om daarover te soebatten. Op een geheel niet wetenschappelijke wijze volgden we dus het ziekteproces en dat was oorspronkelijk niet erg bemoedigend. Maar na verloop van tijd bleken de tumoren dan toch te verschrompelen, en was de kanker weer voorbij.'

Onzekerheid en angst

'Weer twee jaar later doken er opnieuw gezwelletjes op in de okselholte. Mieke had toen veel minder kans om het te halen. Maar de gezwellen zijn heel drastisch en vakkundig weggesneden: alle lymfeklieren uit de oksel zijn verwijderd. Mede daarom moet ze tot op de dag van vandaag geregeld naar de kinesiste voor lymfedrainage omdat ze last heeft van een dikke arm. Maar kijk, we zijn nu 14 jaar later, en Mieke loopt vandaag evenveel of even weinig risico op kanker als iemand die de ziekte nooit heeft gehad. De paniek is verdwenen. Of toch geweken.'
'Paniek, ja: die avond van de eerste diagnose. Ondanks het feit dat ik 36 jaar was, en toch geen complete analfabeet in medische zaken, was ik ongelooflijk naïef. Ik had vooroordelen over kanker die eigenlijk nergens op gestoeld waren. In mijn beleving stond de diagnose "kanker" gelijk aan een rit op de snelweg naar de dood.'
Mijn wereld stortte in. Het schijnt wel vaker te gebeuren dat de patiënt zelf weliswaar aangeslagen is, maar dat de directe omgeving nog veel onzekerder, angstiger en pathetischer is. Het hele decennium, mijn MS, de tristesse wegens de dood van mijn ouders, alles kwam boven. Tegelijkertijd greep er een enorme verandering plaats: voortaan was ik niet langer gefocust op mijn eigen leed, maar op dat van mijn geliefde.'

Granen en rauwe melk

'Daarom begon ik me meteen te wapenen met kennis. Alle mogelijke medische informatie omtrent (borst)kanker heb ik doorploegd. Tegelijkertijd wendden we ons tot allerlei therapieën van de radelozen. Charlataneske dingen ook, ja (lacht). Het volstaat dat een mens wanhopig is om hem de meest onnozele therapieën aan te kunnen smeren.'
'Het eenvoudigste was het zogenaamde Moermandieet dat toen in zwang was. Gezond, dat wel, maar in geen geval kankerbestrijdend. We zijn ervaringsdeskundigen hoor (lacht) want we hebben allerlei injecties geprobeerd ook, tot Aloë Vera (een plant waaraan geneeskrachtige eigenschappen worden toegeschreven, red.) toe. En voedsel: granen, rauwe melk. Bieten persen. Dat soort dingen. Allemaal omslachtig en tijdrovend (lacht). En achteraf sla je je voor het hoofd: moest ik al die jaren dat troosteloze voedsel tot me nemen terwijl het geen sikkenpit helpt?'
'Gelukkig bleven we al die tijd koelbloedig genoeg om ook de traditionele behandeling stipt te volgen. De artsen in het ziekenhuis waren op de hoogte van onze alternatieve therapieën. Ze keken dat alles wat lacherig en meewarig aan maar verboden ze ook niet. Een slimme benadering, vind ik. Uiteindelijk hebben we zelf ingezien dat de traditionele therapie wérkt, en de alternatieve niet. Zo zijn we van ons geloof afgevallen (lacht).'

De dood op afstand houden

'In mijn schrijverschap is de kanker manifest aanwezig. Voor het eerst bleek dat de schrijverij een instrument en een poging was om de ellende te bezweren. Mijn bundel Vuile manieren bevat een cyclus van een tiental gedichten die secuur de kankerevolutie van Mieke beschrijft. Maar in het schrijven ga ik verder dan de realiteit: ik laat Mieke ook aftakelen, en doodgaan. Daar gaat een soort bijgeloof mee gepaard: als het in de taal, in de poëzie gebeurt, hoeft het alstublieft niet in de realiteit te gebeuren. Niet iedereen begrijpt dat zo. Een literair magazine had mijn kankergedichten gepubliceerd. Kort daarop kreeg ik van de Nederlandse dichter Toon Tellegen, met wie ik een brievenvriendschap koesterde, een condoléance met het "heengaan" van Mieke. Mieke heeft die brief aan de ontbijttafel trouwens zelf geopend en er smakelijk om gelachen. Soms moet je de dood charmeren om hem op afstand te houden.'
'Wellicht hebben veel partners van kankerpatiënten het gevoel dat zij geen recht van spreken hebben. Je staat machteloos omdat je eigen leed futiel is, in het licht van wat je partner meemaakt. Gelukkig kon ik bij een aantal vrienden terecht om mijn hart te luchten. Mieke was daar bij aanwezig hoor; zij noch ik vermeden het onderwerp kanker en onze vrienden konden er vrij goed mee om. Beiden hebben we de kanker altijd met een mespunt zwarte humor in de ogen gekeken.'

Joodse humor

'Niet iedereen kan die openheid even goed slikken. Ik heb mijn kankergedichten zowat overal te lande en in Nederland op de literaire podia voorgelezen. Vaak viel me het vreemde verschijnsel op dat de mensen die zelf kanker hadden gehad, er niet door geschokt waren maar veeleer ontroerd. Geschokt waren diegenen die een kankergeval in hun onmiddellijke omgeving hadden meegemaakt. Dat is het principe van de Joodse humor: Joden maken grappen over zichzelf, maar niet-Joden zijn erdoor geschokt (lacht).'
'Het is moeilijk jezelf te evalueren, maar naar het schijnt was ik een goede man in het geven van tederheid en steun (lacht uitbundig). De ziekte heeft onze relatie in elk geval verdiept. Er is altijd een enorme betrokkenheid gebleven. Ik bleef Mieke vergezellen bij de controlebezoeken. En natuurlijk was ik altijd zenuwachtiger dan zijzelf (lacht). Maar nu praten we eigenlijk niet vaak meer over die kankerperiode.'
'Al deze feiten zijn van groot belang gebleken voor mijn schrijverschap. Leed maakt je alerter. Het daagt je uit te reflecteren op wat je overkomt, op jezelf, op de mens. Voor mij hadden die gedichten een bezwerende functie maar was het schrijven ook een manier om me te handhaven. Geluk is niet interessant voor een schrijver. Als het bestaan vanzelfsprekend is, heb je geen behoefte er nog woorden aan toe te voegen.'

Naar het verhalenoverzicht