CD&V-politica Erika Thijs. Leven op dubbele snelheid
Bio
Erika Thijs is CD&V-politica en gedeputeerde Welzijn, Gezondheid en Ontwikkelingssamenwerking voor de provincie Limburg. Voordien was ze gemeenteraadslid, senator en directeur Beweging van de CD&V.
Meer of minder last van chemotherapie?
Chemotherapie is een behandeling met medicijnen (cytostatica genoemd) die behalve kankercellen ook gezonde cellen aantasten. Dat kan onaangename bijwerkingen geven (haaruitval, vermoeidheid, verminderde weerstand.). Of u last krijgt van bijwerkingen hangt af van de soorten en hoeveelheden cytostatica die u krijgt. Daarbij reageert ieder mens anders op cytostatica, ook al gaat het om hetzelfde middel. Erika Thijs verdraagt haar chemokuur goed, maar chemotherapie kan zowel lichamelijk als mentaal zéér belastend zijn.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker. be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Chemotherapie verplicht Erika Thijs tot momenten van rust in een intens leven. Leven luisterde. Tekst: Els Put, uit Leven 37, januari 2008
'"Mevrouw, zonder behandeling hebt u nog één, misschien twee jaar, te leven. En als u mijn zus was, zou ik niks meer doen," was het eerste wat ik te horen kreeg. 11 mei 2007. Eén jaar? Een jaar is niks. Ik heb me daar niet bij neergelegd. Ik heb informatie gezocht, meerdere artsen geraadpleegd. Iemand kende een arts in Parijs die gespecialiseerd was in mijn kanker, galkanaalkanker. Een zeldzaam geval dat meestal bij oudere mensen voorkomt, niet vaak bij iemand van 47. Maar goed, ik leef heel intens, op dubbele snelheid. Ben ik er nu dan 94? Dan klopt dit verhaal misschien!'
'Ik trok met mijn zus en een vriend naar Parijs. De dokter daar bekeek mijn scans en onderzoeken en stelde een operatie voor. Maar pas binnen enkele weken, hij moest eerst nog naar een congres. Ik opperde: "Laat u dat congres niet vallen?" Ik meende dat niet echt want ik weet hoe belangrijk dat is. Maar de volgende dag kreeg ik bericht: "De dokter gaat niet naar het congres, hij zal je opereren." Hij beloofde de tumor weg te snijden als ik geen uitzaaiingen had. Meteen na mijn ontwaken, na de operatie, vroeg ik: "Welke dag zijn we?" "Vrijdagavond", was het antwoord. De ontgoocheling was zó groot. Wanneer de arts de tumor weggehaald had, zou ik pas twee dagen later wakker worden. Maar er waren enkele microscopisch kleine uitzaaiingen, hij had niets kunnen doen. "Chemo", zei hij, "Je hebt zo snel mogelijk chemotherapie nodig".
Mijn wereld stortte in, ik had al mijn hoop op die operatie gezet. Het is mijn enige kans op overleven, dacht ik.
Even een rusthuis openen
'Nu heb ik al zeven beurten chemo achter de rug: om de veertien dagen ga ik telkens voor twee dagen naar het ziekenhuis. Maar niet zonder mijn gsm en laptop zodat ik in contact met mijn werk en met mijn familie en vrienden kan blijven. Verplichte rust! Eigenlijk doet dat af en toe deugd, anders blijf ik bezig. Ook vandaag; ik hoop dat de verpleegkundigen snel met mijn infuus komen want ik ga vanavond nog een rusthuis openen. Met veel plezier. En ja, ik voel me schuldig; het is vandaag ook vergadering van de deputatie en ik ben er niet bij. Maar goed, vandaag kan niet, eerst die chemo.'
'Stoppen met werken? Geen denken aan! Ik kreeg een opdracht, ik ben verkozen. Ik wil hiermee doorgaan. Ik doe dit werk ontzettend graag, ik heb supercollega"s. Ik sta nu dicht bij de mensen, kan door mijn werk het verschil maken. Ik vind het reuze jammer dat ik ziek werd net nu ik dit uitvoerend mandaat kan doen. Iets wat ik zo graag wou doen. Maar voorlopig stop ik nog niet met werken. Wat zou ik dan moeten doen? Suskes en Wiskes lezen? Neen hoor! Een zinvolle invulling van mijn tijd maakt me mentaal sterker om met mijn ziekte om te gaan, om weerbaar te zijn. Om door te gaan. De boodschap die mijn vader me altijd voorhoudt: altijd maar door, kind.'
'Alleen, eindeloos doorgaan, werken tot een stuk in de nacht, dat lukt me niet meer. Om 10 uur 's avonds is het goed geweest, is mijn energie voor die dag op. Doe ik het toch - doorduwen - dan moet ik te lang boeten. En dossiers mee naar huis, neen, dat doe ik ook niet meer. Ik kan misselijk van vermoeidheid worden, dat gevoel heb ik nooit gekend. Ik sloot graag de deuren.'
Samen eten na de chemo
'Mijn vrienden waken, ze bewaken mijn agenda, sturen me naar huis als ik het te laat maak. Ze zijn zo bezorgd, dat is prachtig. Ik heb een hechte groep vrienden waar ik op kan terugvallen, die al eens rijden of iets overnemen. Die met me gaan eten, de avond na de chemo zodat ik de overstap naar mijn leven weer kan maken. Mijn ouders, mijn zus, ze zorgen voor me, hebben dat altijd al gedaan. Onmisbaar als je alleen bent. Het is goed dat ik op veel mensen terug kan vallen, dat niet één iemand de zwaarte van mijn ziek zijn moet dragen.'
'Ik krijg steun van veel mensen die me sterkte en moed toewensen. Dat doet goed en geeft me kracht. Toch wil ik zolang mogelijk zelfstandig blijven. Onafhankelijk zijn, niet beperkt worden in wat ik doe. Kanker is een verschrikkelijke ziekte: ze neemt je toekomst weg. Je beseft: oei, ik ga misschien wel dood. Plannen maken is moeilijk. Ik wilde altijd een groot feest geven als ik 50 word. Word ik nog wel 50? Ik heb heel mijn leven gedroomd; om naar Bali te gaan, om ergens in de wereld een chocoladewinkel te openen, om, om,... Heel wat dromen heb ik al waar gemaakt. Maar nu durf ik niet meer plannen, dat is verschrikkelijk. En toch wil ik blijven dromen. Dan leef ik.'
Neen zeggen, doorzetten en hopen
'Kanker confronteert: negen jaar geleden stierf mijn vriend op dezelfde afdeling waar ik nu chemo krijg. Ik kende nog enkele verpleegkundigen. Moet ik hetzelfde doormaken? Ik wil me sterk houden. Blijven hopen, doorzetten. Want misschien heb ik hier nog wat werk te doen. Iedereen hoopt.'
'Ik leer hier veel uit. Ik leer relativeren, me niet druk maken om onbelangrijke gebeurtenissen en feiten. En ik leer neen zeggen. Moeilijk, hoor. Maar ik geniet van elk moment, van tijd met vrienden, een heerlijk etentje, een glas champagne, van winkelen en op stap gaan, van een goed gesprek of een heerlijk boek. Alleen wil ik niet teveel stilstaan bij "dat laatste jaar". Ik wil gaan voor de volgende 10 jaar. Ik wil blijven hopen, dat heb ik nodig. Al ben ik realistisch genoeg om te beseffen dat er ooit een afscheid komt. Ik ben geen held in afscheid nemen. En ja, ik ben ook bang voor pijn. Ook dat weet ik. Maar dat is niet voor nu. Ik voel me goed, ben niet ziek, kan de chemo prima verdragen. En hij werkt: mijn tumormarkers zijn spectaculair gedaald en de tumoren verkleind. Dat geeft hoop. En tijd!'
Galkanaalkanker
Prof. Eric Van Cutsem, kliniekhoofd Interne Geneeskunde en Digestieve Oncologie van de Universitaire Ziekenhuizen Leuven, legt uit: "Galkanaalkanker, galwegkanker of cholangiocarcinoom zijn allemaal synoniemen voor een tumor die in ons land erg zeldzaam is. Minder dan 1% van alle kankers zijn galkanaalkankers. De oorzaak is niet bekend. Galwegkanker ontstaat uit de kleinere galwegen in de lever of uit de grotere galwegen die buiten de lever naar de dunne darm lopen. Op deze plaats kan het gezwel de galwegen verstoppen waardoor geelzucht kan ontstaan. Wanneer de tumor de afvoer van gal blokkeert, kan een stent (een spiraaltje of buisje dat de doorgang helpt verbeteren) of een prothese geplaatst worden om die blokkade te verhelpen. Soms wordt een heelkundige drainage verricht.
Bij één op de vier patiënten kan galkanaalkanker operatief verwijderd worden. Dat geeft kans op volledige genezing. Het type operatie hangt af van de ligging van het gezwel en vraagt een grote expertise. Chemotherapie is ook een optie in de behandeling wanneer een operatie niet kan of in aanvulling op een operatie. Patiënten met galkanaalkanker hebben een beperkte prognose: maar ongeveer één patiënt op de vijf heeft een langdurige overleving.
Naast galkanaalkanker is ook galblaaskanker een zeldzame tumor. Primaire leverkanker daarentegen komt vaker voor, vooral in landen waar veel patiënten zijn met hepatitis B of C en met levercirrose."



