Cijfers
Meer lezen
U weet het uiteraard: er zijn heel wat rokers in Vlaanderen en België. Maar weet u ook hoeveel?
Rokers in Vlaanderen
Op de Vlaamse gezondheidsconferentie tabak, alcohol en drugs van 23 en 30 december 2006 werd een nieuwe gezondheidsdoelstelling voor tabak, alcohol en drugs geformuleerd. De algemene doelstelling luidt als volgt: ‘het realiseren van gezondheidswinst op bevolkingsniveau door het gebruik van tabak, alcohol en illegale drugs terug te dringen.’ Wat tabaksgebruik betreft streeft de Vlaamse overheid tegen 2015 de volgende doelstelling na:
- Bij de personen van 15 jaar en jonger is het percentage rokers niet hoger dan 11%.
- Bij de personen van 16 jaar en ouder is het percentage rokers niet hoger dan 20 %.
Hoever zijn we nog van deze doelstellingen verwijderd?
In 2008 rookten 19% van de Vlamingen (van 15 jaar en ouder) dagelijks en waren er 4% occasionele rokers, samen goed voor 23% rokers dus. (bron: Gezondheidsenquête België 2008. Rapport II - Leefstijl en Preventie. Operationele Directie Volksgezondheid en Surveillance, 2010; Brussel, Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, ISSN:2032-9172 Depotnummer D/2010/2505/16 - IPH/EPI REPORTS N° 2010/009. Daarmee doet Vlaanderen het beter dan de andere gewesten: in het Waals gewest zijn er 27% rokers, waarvan 24% dagelijkse rokers, in het Brussels gewest zijn er 27% rokers, waarvan 22% dagelijkse rokers.
63% van de Vlamingen die dagelijks roken deed al een poging om te stoppen met roken. Uit de cijfers van de jongste gezondheidsenquête blijkt verder nog dat 24,4% van de ondervraagde Vlamingen ex-roker is en 52,2% nog nooit heeft gerookt.
Volgens de cijfers van de gezondheidsenquête is het aantal rokers in Vlaanderen (zoals ook geldt voor heel België) van 1997 tot 2008 lineair gedaald. In 1997 rookten nog 29% van de Vlamingen, in 2001 28%, in 2004 27%. Met nog 23% rokers in 2008 zijn we dus op de goede weg om de gezondheidsdoelstelling te halen.
Bij jongeren in Vlaanderen tussen 15 en 24 jaar noteren we pas vanaf 2008 een daling van het aantal rokers: het percentage daalt van 30-31% in de jaren 1997-2004, tot 24% in 2008. Ook het aantal dagelijkse rokers daalt in deze leeftijdsgroep: van 23% tot 27% tussen 1997 en 2004, tot 17% in 2008.
De recentste gegevens over het tabaksgebruik bij Vlaamse jongeren tussen 11 en 18 jaar komen uit de studie Jongeren en Gezondheid van de vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde van de Universiteit Gent. Deze studie maakt deel uit van de internationale studie Health Behaviour in School-Aged Children. De steekproef van de studie bestaat uit 11.154 leerlingen van het vijfde leerjaar lager onderwijs tot het zesde jaar secundair onderwijs. De studie bevat gegevens sinds 1990 tot en met 2006 over het tabaksgebruik bij jongeren van 11 tot 18 jaar. Eind 2010 worden recentere HBSC-gegevens verwacht. Zodra die bekend zijn, vindt u ze ook op deze pagina's.
In het algemeen roken er minder Vlaamse jongeren in vergelijking met 2002. Over de leeftijden heen vinden we een daling van het dagelijks roken bij jongens van 14,9% in 2002 naar 10,9% in 2006. Bij meisjes daalt het dagelijks roken van 12,3% in 2002 naar 8,6% in 2006. De daling is vooral te danken aan het dalende aantal dagelijkse rokers bij de 15- tot 16- en de 17- tot 18-jarige jongeren en dit zowel voor jongens als voor meisjes. Over de leeftijden heen daalt de lifetimeprevalentie (ooit gerookt) bij de jongens van 41,8% in 2002 naar 36,1% in 2006. Het percentage meisjes dat ooit heeft gerookt, daalde van 36,8% in 2002 naar 31,4% in 2006.
Van de 61% van de 17- tot 18-jarige jongens die zegt te roken of gerookt te hebben, begon 76% op 15-jarige leeftijd of vroeger. 10% van de jongens zegt 11 jaar of jonger te zijn geweest toen ze hun eerste sigaret rookten. Van de 57% van de 17- tot 18-jarige meisjes die zegt al gerookt te hebben, deed 78% dit op 15-jarige leeftijd of vroeger. De meerderheid van de 17- tot 18-jarige jongeren begint te roken tussen 13 en 16 jaar.
Volgende metingen zullen moeten uitwijzen of de dalende trend van het rookgedrag van de Vlaamse jongeren bestendigd wordt. Ondanks de daling blijven de ongelijkheden in opleiding (een indicator van socio-economische status bij adolescenten) bestaan: meer jongeren uit het BSO roken, ze roken ook meer sigaretten dan jongeren uit het TSO en ASO, en ze beginnen te roken op jongere leeftijd (waardoor het risico op verslaving vergroot).
Het verschil in rookgedrag tussen jongens en meisjes dat begin jaren 1990 nog bestond, was in 2006 verdwenen, uitgezonderd bij de 17- tot 18- jarigen: het aantal rokende jongens is sneller gedaald dan het aantal rokende meisjes. Meisjes jonger dan 17 jaar rookten in 2006 dus evenveel als jongens.
De directe omgeving is belangrijk als voorspeller voor het rookgedrag van de jongere. Jongeren die thuis mogen roken, worden vaker dagelijkse rokers, onafhankelijk van leeftijd en opleidingsniveau. Jongeren uit het BSO hebben vaker een directe omgeving waar dagelijks roken de norm is. Jongeren uit een rokende omgeving hebben meer kans om zelf te roken. Hierbij is rokende vrienden hebben de belangrijkste voorspeller, gevolgd door een moeder die rookt, en een rokende vader. Meer informatie over het rapport 2006 van de studie Jongeren en Gezondheid vindt u hier.
Rokers in België
Uit de cijfers van de Gezondheidsenquête blijkt
dat in 2008 21% van de inwoners van België ouder dan 15 jaar dagelijks
rookte, 4% is gelegenheidsroker, samen goed voor 25% rokers dus. 7% rookt minstens 20 sigaretten per dag en kan bestempeld worden als zware roker. In 2004 was dat nog bijna 10%. Regelmatig roken begint gemiddeld op de leeftijd van 17 jaar, aldus de Gezondheidsenquête, maar een kwart van de rokers is beginnen roken op regelmatige basis op 15-jarige leeftijd.
Er zijn
meer mannelijke rokers in België (28%) dan vrouwelijke (21%). Ze zijn ook vaker dagelijks roker (24%) dan vrouwen (18%). Er zijn ook meer mannelijke zware rokers (10%) dan vrouwelijke (6%). Mannen beginnen ook op jongere leeftijd op regelmatige basis te roken dan vrouwen: ze beginnen er gemiddeld ongeveer 10 maanden vroeger aan.
Meer dan twee derde van de dagelijkse rokers heeft al tevergeefs geprobeerd om te stoppen met roken. 58% probeerde dit één keer, 11% verscheidene keren.
Er zijn ook nog andere enquêtes over roken voor België. Hun resultaten komen niet altijd overeen met die van de gezondheidsenquête. Op basis van een enquête bij 3.806 mensen ouder dan 15 jaar (afgenomen tussen 4 september en 11 december 2009 door Ipsos, in opdracht van de Stichting tegen Kanker en gefinancieerd door de FOD Volksgezondheid) blijkt dat het aantal rokers voor het tweede jaar op rij stijgt: het percentage dagelijkse rokers bedraagt nu 32%. Van 2002 tot 2007 was het aantal rokers stabiel gebleven. Het percentage rokers evolueerde volgens deze enquête van 27% in 2007, over 30% in 2008, naar 32% in 2009. De cijfers van de Ipsosenquête liggen dus veel hoger dan die van de Gezondheidsenquête 2008: de gezondheidsenquête kwam uit op 21% dagelijkse rokers in België in 2008. De jaarlijkse enquête van OIVO (Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties) noteerde voor 2008 dan weer een vergelijkbaar cijfer met de gezondheidsenquête: 20% dagelijkse rokers. Ook voor 2009 kwam ze uit op 20%.
De Ipsos-studie is de enige studie van de drie die een toename van het rookgedrag aantoont, zo schrijven de auteurs van de Gezondheidsenquête. Dat terwijl er ook op Europees niveau veeleer een daling aan de gang is. De Ipsos-studie heeft de neiging om het tabaksgebruik te overschatten in vergelijking met de twee andere studies, vooral vanaf 2004. Anderzijds komen de cijfers voor het rookgedrag van 15- tot 25-jarigen in de Ipsos-studie en de Gezondheidsenquête overeen.
Een andere indicatie die er volgens de auteurs van de Gezondheidsenquête voor pleit dat het aantal rokers veeleer daalt, zijn de verkoopscijfers van de tabaksproducten. Volgens de gegevens van de Federale Overheidsdienst Financiën, die gepubliceerd zijn in de documentatiemap roken, editie 2010 van de OIIVO, blijkt dat zowel de verkoop van sigaretten als van roltabak aan het dalen is.
Meeroken
In de jongste gezondheidsenquête zijn ook een aantal resultaten opgenomen met betrekking tot passief roken (bron: Gezondheidsenquête België, 2008. Rapport IV - Gezondheid en Samenleving. Operationele Directie Volksgezondheid en Surveillance, 2010; Brussel. Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid.ISSN: 2032-9172 Depotnummer D/2010/2505/35 - IPH/EPI REPORTS N° 2010/038
Het percentage huishoudens waar een persoon bijna elke dag thuis rookt is tussen 2004 en 2008 van 31 tot 27% gedaald. 73% van de individuele personen van 15 jaar en ouder die worden bevraagd over de frequentie waarbij ze zijn blootgesteld aan tabaksrook binnenshuis in 2008, verklaart er nooit of bijna nooit aan te zijn blootgesteld.
Huishoudens bestaande uit een koppel met kind(eren) zijn significant minder blootgesteld aan gedwongen meeroken thuis dan een alleenstaande: 26% tegenover 32%.
In Vlaanderen is het percentage huishoudens waar een persoon bijna elke dag thuis rookt, het laagst: 25% tegen 30% in Brussel en 31% in Wallonië.
Helaas leggen 37% van de Belgische huishoudens nog altijd geen enkele beperking op om de passieve blootstelling aan tabaksrook binnen de woning te vermijden of te verminderen. Goed is dat dit percentage sinds 2004 flink is gedaald. In 2004 waren er dat nog 60%. De huishoudens waar het toch gedaan wordt, vragen het vaakst (in 87% van de gevallen) aan de rokers om niet binnen de woning te roken. In 2004 was dat nog maar in 77% van de gevallen; 19% van hen beperkt het roken tot bepaalde plaatsen in de woning. 9% van hen wil niet dat er (bovendien of alleen) gerookt wordt in aanwezigheid van jongere kinderen. 3% kiest ervoor om andere beperkingen toe te passen, zoals 'roken' onder de dampkap' of 'roken bij het venster'
Het percentage huishoudens dat geen enkele beperking tegen het passief roken thuis oplegt, is lager in Vlaanderen (32%) dan in Brussel (37%) en Wallonië (45%).
69% van de Belgen van 15 jaar en ouder verklaarde in 2008 nooit of bijna nooit te zijn blootgesteld aan tabaksrook binnen op de werkplaats; en 72% is nooit blootgesteld aan tabaksrook binnen in openbare plaatsen of openbaar vervoer. Maar in de leeftijdsgroep 15 tot 24 jaar zijn de cijfers voor de laatste indicator minder rooskleurig: slechts46% is niet blootgesteld.
