LinksSitemapContact
U bent hier:

Column Frieda Joris

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Frieda Joris, journaliste bij Het Laatste Nieuws, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Tekst uit Leven 35, juli 2007

Mijn echtgenoot is een natscheerder en dat heeft, vooral in de zomer, zo zijn voordelen. Als er geen Gilette Women Venus Vibrance, geen Gilette Sensor voor Vrouwen geen Veet of consorten in huis zijn, pik ik gewoon zo'n Mach3Turbo uit 's mans kastje om mijn benen gladjes te ontharen. Altijd een vervelend werkje, zeker het schaamscheren van de bikinilijn. Ook het wroeten met messcherp materiaal in de oksels vergt een wakkere blik, heldere spiegel en vaste hand. En tijd, ook al is het maar een tiental minuten.

Wat doen vrouwen zichzelf toch aan, mopper ik dan. Maar een baard op de benen, zelfs een perfect getrimde, is met opwaaiende zomerrokjes geen gezicht. En nog goed dat ik het haar op mijn tanden niet moet epileren.

Het ergste voorbeeld van haarkloverij zag ik ooit bij mannelijke modellen in Milaan. Die zuiderse types zijn doorgaans voorzien van een donker tapijtje op hun wasbord waar ze trots een paar knopen voor open laten. Maar het kan zulke gigolo's ook wel eens tegen zitten en toen bloot in de mode was, werden ze zowat elke morgen ongenadig met hete was gestript. Geen pril stoppeltje mocht er overblijven op de stoere bast. Bij nader inzien gaven hun open hemden dan ook een roodverbrand decolleté prijs, dat met wat hydraterende crème amper verzacht werd. Hoe dan ook pijnlijk en volkomen onnodig. Maar ja, dat geldt welbeschouwd ook voor mijn oksels en benen.

Als er één moment is waarop ik met een heel minuscuul, piepklein en zelfs niet voor het gezonde oog zichtbaar heimwee heb naar de tijd van mijn behandeling tegen borstkanker is het dan: in volle snoeiperiode. Dan schiet er wel eens een ongecontroleerde gedachte als een projectiel door mijn hersenpan. "Tijdens die chemo had ik tenminste van die overtollige bebossing geen last" grom ik dan. Waarop ik prompt rood word tot achter mijn oren. Shame on me , 't was eruit voor ik het besefte en het was sterker dan mezelf.

Want de meest ontnuchterende confrontatie met die kanker was beslist het moment dat alle beharing weg was. Die kale kop, ik ben het nooit gewoon geworden en ik ontkende elke morgen het spiegelbeeld dat me verbijsterd aanstaarde. De schaamstreek die ineens zijn naam waard was en niet meer rijmde met het mooie en veel dichterlijker begrip "venusheuvel". Weg de eeuwig zingende bossen, weg netjes aangelegde sliplijn. Ik zag er weer uit alsof ik acht jaar was en op een zonnige dag in de tobbe in de tuin stond te ploeteren. Met dit grote verschil: het kinderlijke geluksgevoel ontbrak en was zelfs nog nooit zo ver weg geweest.

Wat bezielt mijn grijze massa dus om die zwarte gedachte doorheen mijn hersenspinsel te duwen? Ik stuur die overpeinzing in sneltreinvaart terug naar af. Naar een met metalen hangslot afgesloten kist op de verlaten zolder die ik nooit ofte nimmer nog wil betreden.

Heer bespaar me van een nieuwe kaalslag. Behalve dan die met Gilette Venus Vibrance. Of met Veet dat, ondanks de rozengeur en maneschijn, naar chemicaliën blijft stinken. Mijn chemofobie blijkt dus toch nog zo erg niet te zijn. Desnoods gebruik ik Lady Satin scheergel. En is dat niet in huis, pik ik wel wat Kouros scheergel voor mannen uit het kastje.

Naar het verhalenoverzicht