LinksSitemapContact
U bent hier:

Column Frieda Joris. In de schaar van de kreeft

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Frieda Joris, journaliste bij Het Laatste Nieuws, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Tekst uit Leven 29, januari 2006

Ze heeft moed, de Nederlandse modeontwerpster Jeanette Van Beveren. Ze komt er rond voor uit dat haar rechterborst door kanker is weggehapt. Ze heeft haar nieuwe leven niet laten reconstrueren naar haar mollige vorig model. Voor haar geen andere borst, niet eens een prothese. De leegte die er ontstond heeft Jeanette gewoon behouden.

Eén probleem: haar kleren pasten niet meer. Het onevenwicht van die ene pronte welving naast dat kale, platte dal deed blouses rimpelen, schokte jurken en verkrachtte het nauwgezet uitgetekende prêt-à-porterontwerp. Het laatste waar couturiers immers aan denken is aan een vrouw die geleefd heeft en daar de sporen van draagt. Deze -doorgaans heren - ontwerpen kleren voor pasgeboren meisjes van 16 met perfecte afmetingen, passend bij hun prille ontluiken.

Maar, zoals gezegd, Jeanette is een vrouw en daarenboven gepokt en gemazeld. Ze heeft van haar nood een deugd gemaakt en naait nu aangepaste kleding voor zichzelf en voor dames zonder prothese. Waar Het Kwaad werd weggesneden, prijkt een opgevulde rode kreeft of bracht ze uitdagend een resem rushes aan. Haar jurk vaart en wel bij, en haar figuur ook.

Mijn hoed af voor Jeanette, want ik ben blijkbaar van een ander maaksel. Ik was mijn borst nog niet kwijt, toen ik me al voornam dat ik mijn speelgoed terugwou. Een jaar heb ik moeten wachten op een reconstructie en liep ik rond met rechts een valse heuvel op dat vlakke land dat tijdelijk het mijne was. Het litteken op zich stoorde me niet. Het was een bewijs van goed gedrag en zeden, een krijgsstreep meer op een lichaam dat zich niet zomaar gewonnen gaf. Maar die prothese, hoe mooi ook, kwam me over als boerenbedrog. En veel erger: mijn lievelingsbeha"s pasten niet meer. In balconette-bh'tjes, van die prachtige halve cups waar de borst in normale omstandigheden wel bij vaart, legde mijn camouflagehoopje alle ellende bloot. Het wiebelende zakje troost zwabberde over de kanten rand en smeekte om een meer verhullende verpakking.

Ik verschuilde het siliconenfabricaat dan maar in een wit overgrootmoedersmodel en voelde me navenant. De energie om vrolijker en met kant omrand materiaal te gaan zoeken, ontbrak me volledig. Mijn leven stond tijdelijk stil in een steegje waar ik mezelf en de uitgang nog moest vinden. Mijn kale kop was me al even vreemd maar in tegenstelling tot mijn borst groeide dat haar er tenminste spontaan weer aan. Ooit kunnen ze misschien met aangepaste stamceltherapie weer een borst doen wassen. Daartegen ben ik minstens 80 en kunnen balconetjes me hoogstwaarschijnlijk gestolen worden.

Vrouw, uw naam is ijdelheid: in mijn geval heeft Shakespeare meer dan gelijk. Toen mijn huid de bestraling had verwerkt en dankzij vochtinbrengende crèmes weer soepel was, ben ik naar de plastisch chirurg gestapt. Mijn buik is vervolgens een borst geworden en hoewel mijn halve trouwboek geen vragende partij was, kan hij het eindresultaat best waarderen. Ik besef wel dat als het erop aankomt mijn reconstructie ook boerenbedrog is, net zoals die prothese. Vandaar mijn bewondering voor Jeanette die ronduit platborstig durft te zijn. Zo is ze, te nemen of te laten. Mét humor, dat krijg je er als toetje bij. Want het Engelse "cancer" betekent zowel ""kanker" als "kreeft". En zeggen dat ik dit altijd een smakelijk beestje heb gevonden.

Naar het verhalenoverzicht