LinksSitemapContact
U bent hier:

Column Frieda Joris. Lang leve de bitch in mij

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Frieda Joris, journaliste bij Het Laatste Nieuws, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Tekst uit Leven 34, april 2006

Moet jij ook van die antihormonenpillen slikken?' De debuterende borstkankerpatiënte kijkt me met een beetje wantrouwen in haar blik aan. 'Ik slik die al meer dan vijf jaar en ik heb er geen last van' bevestig ik bijna automatisch. Die pil hoort bij mijn ochtendritueel net als mijn kopje thee en mijn tandenborstel. 'En is het waar, word je daar een bitch van?'
Ik moet bekennen, ik was ineens totaal van mijn à propos. Ik, een bitch? Nooit ofte nimmer heeft iemand me zo genoemd. Om geen misverstanden te scheppen: de dame die me dit vroeg kende me niet, we hadden mekaar nog nooit ontmoet. Kwestie dat mijn imago hier niet verbrokkelt, begrijp je?

Ik dus, een kreng van een wijf? Ik ben de zachtheid zelve, dacht ik. Gespoeld en gedroogd met een overdosis Silan. Zelfs in die mate dat mijn eigen soepelheid me bijwijlen de keel uithing. Zij die me goed kennen hebben me dat geregeld verweten. Dat ik meer van me af moest bijten. Dat de evaluaties die ik maakte veel te veel begrip voor mijn medewerkers uitstraalden.
Zalig zijn de zachtmoedigen? Vergeet het. Ik heb mezelf dikwijls verwenst. Binnensmonds gevloekt: waarom heb ik dát niet geantwoord, niet op tafel geklopt, mijn stem niet verheven?
Wat een doetje ik was, bleek geregeld ook uit mijn blos. Dan stond ik daar weer met rode kaken die mijn verlegenheid openbaar maakten. Erg vervelend, temeer dat ik daar dan nog timider van werd: een vicieuze cirkel waar geen doorbraak in zat.
Nu ik toch volop aan het ontboezemen ben: mijn tong is een van de meest ontwikkelde spieren die ik bezit. Neen, niet omdat ik zoveel praat maar door mijn vervelende gewoonte om dat uiterst gevoelige onderdeel op cruciale momenten alsmaar rond te draaien vooraleer mijn mening te ventileren.

Tiens, dat is veranderd. Mijn elastisch getrainde tong zegt nu geregeld 'foert'. Zegt dingen rauw van de lever onder het motto: "Klinkt het niet dan botst het maar". Ze spuwt soms vuur, is er als de kippen bij en spreekt soms voor ze de toelating krijgt van de bovenste verdieping. Als ze rebelleert bijt ik er wel eens op, maar ik vrees dat ze een eigen leven is beginnen te leiden. Ik herken mijn tong soms niet meer, ze heeft zelfs scherpe kantjes gekregen.
Ik word bijna beschaamd nu ik erover nadenk. Bijna maar niet helemaal, want mijn iets scherper geslepen lichaamsdeel heeft me al veel deugd gedaan. Bij die directe aanpak der dingen voel ik me veel beter. Mijn tong heeft gelijk: beter de koe onmiddellijk bij de horens pakken dan wachten, piekeren en zeveren.

Ik, de zachtheid zelve? Neen dus, niet meer. Ze noemen me nu soms "La Pasionara", een mooie verontschuldiging voor mijn vuriger geworden ik. No pasarán: vroeger moest er véél water door de zee stromen vooraleer het zo ver was. Vandaag niet meer, en iedereen weet dat ondertussen. Alleen ik besefte het niet. Mijn omgeving heeft zich ongemerkt aangepast, een paar uitzonderingen daar gelaten. De pillen die mijn leven redden hebben mij dus toch veranderd en ik voel me er opvallend goed bij. Alleen: mijn blos is er nog en dat had ik liever anders gezien. Ik sta nu met rode kaken door de vapeurs die, heel typisch voor mijn nieuwe ik, ook opvliegers worden genoemd. Kortom: ik ben dus een bitch, maar niet van nature...

Naar het verhalenoverzicht