LinksSitemapContact
U bent hier:

Oorzaken van kanker

Meer lezen

Een gezond lichaam blijft gezond door een hele reeks mechanismen die zeer harmonieus samenwerken. In veel gevallen mag er gerust één of twee van die mechanismen wegvallen of gestoord worden, er blijven er nog voldoende andere over om te voorkomen dat er iets ernstig misloopt, zoals het ontstaan van kanker. Met andere woorden: er bestaat niet zoiets als "de" oorzaak van kanker. Vooraleer we kanker krijgen moeten er altijd meerdere dingen fout lopen. Kanker is altijd het resultaat van een samenloop van interne en externe factoren.

Interne factoren
Een van de interne factoren die een verhoogd risico op kanker kunnen geven, is een erfelijke of familiale gevoeligheid. Zo is de kans op borstkanker anderhalf tot drie keer groter voor vrouwen wiens moeder of zuster ooit borstkanker hadden. Dat laat veronderstellen dat er elementen in het erfelijk materiaal aanwezig zijn, die een rol kunnen spelen in deze ziekte. Wetenschappers hebben al een aantal 'genen' ontdekt, die zeer veel voorkomen bij patiënten met zulke tumoren. Een berucht voorbeeld is een fout op het BRCA1-gen, dat bij sommige mensen voorkomt (bij minder dan één procent van alle vrouwen in Vlaanderen, of in vijf tot tien procent van de vrouwen die borstkanker krijgen). De fout in het gen is overdraagbaar naar de kinderen en geeft een heel hoog risico op borstkanker. Maar niet alle vrouwen met de fout op het gen krijgen de ziekte. Dat wijst er ook op dat verschillende factoren een rol spelen in het proces om kanker te krijgen.

Soms leiden aangeboren fouten in het DNA snel en tamelijk onafhankelijk van elkaar tot kanker, in andere gevallen zijn deze fouten maar een van vele andere factoren die samen aanwezig moeten zijn om kanker te ontwikkelen.

Ook onze natuurlijke weerstand, ons immuunsysteem, kan een rol spelen. Dat immuunsysteem zorgt ervoor dat alle lichaamsvreemde stoffen (bijv. bacteriën, virussen, splinters en andere vreemde voorwerpen) aangevallen worden en vernietigd of geneutraliseerd. Wie een verzwakt immuunsysteem heeft, kán vatbaarder zijn voor sommige kankers. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen die een donororgaan (lever, nier.) kregen. Deze patiënten nemen medicijnen om afstotingsverschijnselen te verminderen, maar die medicijnen verzwakken ook het immuunsysteem. Mensen met een donororgaan blijken een licht verhoogd risico te vertonen om een nieuwe kanker te ontwikkelen.

Externe factoren
Een heel aantal externe factoren kunnen mee inwerken op het ontstaan van kanker: roken, veel alcohol drinken, te weinig lichaamsbeweging, blootstelling aan chemische stoffen, virussen, hormonen, een hoge dosis radioactieve straling enz.

Wat er bijvoorbeeld gebeurt bij radioactieve straling kan men het best begrijpen als kogeltjes die met een zeer grote snelheid door de DNA-structuur vliegen en er stukjes doen afbreken. Op die plaatsen wordt het DNA kwetsbaar en kunnen foute verbindingen ontstaan. Deze fouten kunnen leiden tot het afsterven van de cel, maar in uitzonderlijke gevallen ook tot het wegvallen van zelfcontrole, waardoor de cel zich ongecontroleerd kan gaan delen.

Virussen veroorzaken schade doordat ze hun eigen virale chromosomen inspuiten in onze cellen en de macht proberen over te nemen. Een voorbeeld van een virus dat in verband gebracht wordt met kanker, is het seksueel overdraagbare papilloma-virus. Het veroorzaakt genitale wratten maar wordt ook verantwoordelijk gesteld voor een deel van de baarmoederhalskankers.

In normale omstandigheden worden onze cellen maar zeer beperkt onder vuur genomen door schadelijke stoffen of stralingen. Het ontstaan van kanker hangt o.a. af van de hoeveelheid schadelijke stoffen of externe factoren en van de duur van de blootstelling. Na het ongeval met de kerncentrale in Tsjernobyl werden in Oekraïne bijvoorbeeld erg veel schildklierkankers bij kinderen vastgesteld. Gelukkig komt dit soort ongevallen zelden voor. Ook een langdurige blootstelling aan kleine hoeveelheden schadelijke invloeden, heeft een effect dat vergelijkbaar is met een korte felle blootstelling. Sommige stoffen blijven bovendien in het lichaam opgestapeld zitten en hebben een jarenlange negatieve invloed op de cellen.

VorigeCeldeling