LinksSitemapContact
U bent hier:

Fotograaf Michiel Hendryckx over het belang van afscheid nemen

Palliatieve zorg

Op steeds meer plaatsen in Vlaanderen is het mogelijk gespecialiseerde hulp te krijgen als iemand zich in de eindfase van zijn leven bevindt. Niet alleen in het ziekenhuis, maar ook thuis of in het rusthuis. Vraag ernaar in het ziekenhuis of bij het palliatief netwerk in uw regio - zij kunnen de palliatieve zorg tussen patiënt, huisarts, thuisverpleegkundige, vrijwilligers enz. coördineren. Alle gegevens over palliatieve zorg vindt u hier of bij de Federatie Palliatieve Zorg, tel. 02/456 82 00.

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Kanker ging als een moordende Blauwbaard tekeer tegen de vrouwen in het leven van Michiel Hendryckx (54). Eerst "dé" en later "een" vriendin werden door kanker weggeknipt uit het bestaan van de fotograaf-televisiemaker: 'Dat ik geen afscheid heb kunnen nemen, daar blijf ik mee zitten'.

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 29, januari 2006

'In een prachtige parador in het noorden van Spanje. Ik was er met een vriend. We waren op de terugweg van een motorreis. Daar kwam het telefoontje van Christine: "Ik heb kanker. Ik ga dood. Ga weg uit mijn leven, want je kent me niet lang genoeg om die lange weg van ellende mee te stappen." Maar natuurlijk ging ik niét weg uit haar leven. Vier maanden na dat telefoontje was ze dood. Ze was amper 49. Een jaar heeft onze relatie geduurd.'

'Eind de jaren 1980 had ik Christine al eens ontmoet. Ze was actrice en ik fotografeerde haar. In 1998 wandelde ze mijn leven weer binnen. We waren allebei lid van een leesclubje in de buurt. We werden verliefd en startten een relatie. Christine was ziek geweest, had baarmoederkanker gehad, en was nu genezen - dat was de officiële versie van de feiten. Maar Christine voelde zich moe, slap. De kanker was terug. En hij was vergevorderd. Een diagnose als een doodvonnis.'

'Christine heeft zichzelf ontzettend bedrogen over haar ziekte. Tot het einde toe is ze zich blijven vastklampen aan behandeling en gaf ze zichzelf valse hoop. Nochtans wist ze dat ze ging sterven én wist ze dat ik dat ook wist. Ik herinner me een scène in mijn buitenhuisje in Frankrijk. Rond 1 november snoei ik er de rozen. Christine stond mij door het raam gade te slaan. Ze weende. En toen we wegreden, huilde ze hartverscheurend. Ze besefte dat ze nooit meer in dat huisje zou komen waar ze zo graag was. En toch konden we niet práten over haar afscheid. Eén keer wel. Op een avond bracht ik het voorzichtig ter sprake. De volgende ochtend bij het ontbijt wou ik nog even verwijzen naar dat gesprek en Christine zei "Waar heb je het over? We hebben daar nooit over gepraat." Ze was het werkelijk vergeten. Nu ja, vergeten, ze had het gesprek verdrongen.'

'Ze woonde in een huis met een steile trap. Toen ze die niet meer kon beklimmen, besloot ze uiteindelijk naar het ziekenhuis te gaan. Naar de palliatieve afdeling. Ze wist deksels goed wat dat betekende maar ook dáár wou ze niet over doodgaan spreken. En haar behandeling ging gewoon door. Ze was enorm vermagerd en het deed haar pijn op de behandelingstafel te liggen. Ik vond het immoreel dat haar arts de behandeling verder zette. Ik zei hem dat ook. Hij beweerde dat het de uitdrukkelijke wens van Christine was om verder behandeld te worden. Maar als arts moet je op een bepaald moment toch kunnen en durven zeggen aan je patiënt dat je je uiterste best hebt gedaan maar dat het geen enkele zin meer heeft?'

'Er kwamen die laatste weken heel wat collega-acteurs van Christine op bezoek. Dat was mooi, dat léék op een afscheid maar dat kon nooit met zoveel woorden worden gezegd. Ook met haar kinderen heeft ze maar met mondjesmaat over sterven gesproken - voor zover ik weet, heeft ze het er één keer over gehad met haar dochter. Ik vind: de dingen benoemen, ze een naam geven, dát is de essentie van troost. En van waarheidsliefde, van eerlijkheid tegenover jezelf en je omgeving. Begrijp me niet verkeerd: ik verwijt Christine niets. Ik snap ook wel dat ik een kwelling was voor haar: we waren enorm verliefd en ik stond symbool voor dat nieuwe leven, die nieuwe start. Niet voor doodgaan.'

'Bij mijn harstvriendin, een vrouw uit de buurt, is het verhaal van ontkenning van de ziekte nog straffer. Ze was duidelijk ziek, ging zienderogen achteruit. Ze had de gewoonte om tot diep in de nacht aan het raam te zitten lezen maar toen ze zich ziek voelde, ging ze al om half negen slapen. Haar weelderige haar viel uit. Dat soort symptomen dus. Maar ze zei me altijd "De dokters vinden niet wat er mis is." Dat was onwaar. Achteraf kreeg ik van één van haar artsen te horen dat ze een vol jaar voor haar dood te horen had gekregen dat ze een hersentumor had. Ze bleef dat negeren, tot het einde toe.'

'Zelfs in haar laatste dagen in het ziekenhuis leefde ze op valse hoop. Ze weigerde pertinent naar de palliatieve afdeling te worden overgebracht. Op een bepaald moment stonden drie specialisten aan haar ziekbed met de expliciete mededeling dat verdere behandeling geen enkele zin had, dat ze terminaal was. En toch: "Ik eis behandeling", was haar antwoord.'

'Ik heb haar vijfentwintig jaar lang gekend. We reisden vaak samen. Ik kende de mannen die in en uit haar leven kwamen. Zag haar kinderen opgroeien. En toch was ze met geen stokken te bewegen tot een gesprek over haar ziekte en over de dood. Wat ze me wél vroeg, toen ze in het ziekenhuis lag, was om een gsm-abonnement voor haar te kopen. Stel je voor: twee dagen voor haar dood!'

'Die twee sterfgevallen hebben me midscheeps geraakt. Ik heb in dat jaar mijn coup de vieux opgelopen. Veel geleerd over vriendschap ook. Ik heb het meegemaakt dat ik, op zoek naar steun terwijl Christine aan het sterven was, bij zogenaamde vrienden de botte reactie kreeg van "Laat ons met rust, we willen hier niets mee te maken hebben". Alsof ik zélf kanker had! Anderzijds waren de medewerkers van de palliatieve afdeling erg met me begaan. Ook toen Christine al overleden was, belden ze me nu en dan op om te horen of het ging. Chique vind ik dat. En gelukkig waren er ook vrienden bij wie ik wél terecht kon. Kanker is een waterscheiding: ofwel geef je steun, ofwel sla je op de vlucht.'

'Een mens wil léven! Wij zijn niet gemaakt om te sterven. Je kan van niemand verwachten, laat staan eisen, dat hij of zij afscheid neemt. Sommige mensen slagen er niet in, anderen kunnen de dood wel recht in het gelaat kijken en mooi afscheid nemen van familie en vrienden. Dat hélpt voor wie achterblijft. De pijn wordt al benoemd en daardoor verzacht. Ik weet het: het is gemakkelijk gezegd, tot je het zelf moet doen. Kan jij het? Kan ik het? Behoor ik tot de categorie mensen die kan zeggen "Laten we mooi afscheid nemen van elkaar en van het leven"? Ik hoop dat ik zo ben. Ik hoop het.'

Naar het verhalenoverzicht