Ilse De Meulemeester over haar strijd tegen lymfeklierkanker
Non-Hodgkinlymfoom
Lotgenotentelefoon voor Hodgkin- en non-Hodgkinlymfomen
- Antwerpen en Waasland: 03/219.21.83
- Vlaams-Brabant: 054/33.73.30
- Oost- en West-Vlaanderen: 059/23.85.65
- Adressen van zelfhulpgroepen
PET-scan
Een PET-scan staat voor positron emission tomography en maakt een beeld van het lichaam na het inspuiten van licht radioactieve glucose. Omdat kankercellen meer suiker nodig hebben dan gezonde cellen, kan men met een PET-scan zien waar in het lichaam er meer glucose opgenomen wordt - en waar er dus meer kwaadaardige cellen aanwezig zijn. Een PET-scan wordt soms gebruikt bij o.a. lymfomen, longkanker en darmkanker.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
In het jonge ranke lijf van Ilse De Meulemeester is gekerfd, gewroet en bij de vleet chemogif gespoten. De voormalige miss werd een kale lymfoompatiënte. Na negen maanden, de tijd van een onheuse zwangerschap, overwon de Schone het Beest: 'Ik heb geen reïncarnatie nodig om te beseffen hoe intens het leven is.'
Tekst: Marc Peirs, uit Leven 33, januari 2007
'Maandenlang heb ik doorgewerkt met kanker in mijn lijf. Hoe kon ik het ook weten? Er waren signalen: vermoeidheid, appelflauwtes, koortsaanvallen. Ik kon in een heet bad zitten en na een kwartier nog altijd klappertanden van de kou.
'Begin september 2005 ben ik drie dagen lang onderzocht in Antwerpen. Bloedafname: niks gevonden. Longscan: niets te zien. Een virale infectie, dachten de dokters. Lastig, maar verder niks om je over op te winden en bovendien erg moeilijk om precies te identificeren: dat zou wel vanzelf overgaan.'
'Niet dus. De symptomen bleven. Maar we waren volop Huizenjacht (Ilses programma op VT4, nvdr) aan het draaien, een ploeg van vijftien mensen staat dag na dag paraat, je bent zelfstandige. Dus je blijft doorgaan. Ik slikte koortswerende middeltjes, viel nu en dan flauw tijdens de opnames. De dag na de laatste opnames voor Huizenjacht ging ik opnieuw bij de dokter. Die zag de enorme zweetvlekken op mijn T-shirt: "Jij hebt puur op wilskracht geleefd en gewerkt", zei hij, "maar dit moeten we heel serieus nemen".'
'Onmiddellijk werd een nieuwe longscan genomen. Na het weekend moest ik alweer binnen, deze keer voor een leverbiopsie. Mijn lever was immers verdubbeld in omvang: van één naar twee kilogram. Ik leek wel vijf maanden zwanger. In de voorbije maanden was ik vier, vijf kilogram aangekomen. Voor een vrouw is dat veel.'
'Weet je hoe dat gaat, een leverbiopsie? Een lange stalen naald wordt in je lichaam gedreven. Zonder verdoving. En bewegen mag je niet, of ze kunnen je longen perforeren. Drie dagen heb ik aan de zuurstofmachine gelegen. Dan weer een onderzoek: beenmergpunctie. In het borstbeen. Opnieuw zonder verdoving. Ik voelde me als een kip die in tweeën werd gehakt. Pijn, dat houd je niet voor mogelijk.'
'Eerst dachten de dokters aan leukemie. Maar een dag later kwamen ze opnieuw mijn kamer in met de definitieve, correcte diagnose: non-Hodgkinlymfoom. Daar had ik nog nooit van gehoord. De dokter wou me meteen hoop geven: "Vorig jaar had ik drie zulke patiënten en ze hebben het allemaal overleefd". Maar ik luisterde nauwelijks: je bent 33! Je wil dan toch niets horen over kanker?'
'De dag nadien ben ik naar Leuven overgebracht. Ik moest zo snel mogelijk een katheter ingeplant krijgen. Dat ziet eruit als een speldenkussentje onder mijn linkersleutelbeen; kijk, je ziet nog een littekentje waar de katheter zat. De aanloop naar de operatie was mijn enige nare ervaring met het ziekenhuisleven. Anderhalf uur heb ik op de gang liggen wachten tot ik aan de beurt was. Het zweet parelde op mijn voorhoofd. Gelukkig was er een verpleegster-stagiaire, die mijn voorhoofd depte met een nat washandje. Een engel van een meid. Ik vind: op dat moment zou er permanent iemand moéten aanwezig zijn bij de wachtende patiënten, voor een opbeurend woord, een helpende hand wanneer iemand moet plassen, een beetje informatie.'
'Mijn katheter was de snelweg waarlangs de chemokuur is toegediend. De vaart waarmee de chemo je lichaam binnendringt, is ronduit indrukwekkend. Stel je voor: tijdens de eerste chemosessie werd het infuus op een bepaald moment met een roodkleurig vocht gevuld; wel, enkele ogenblikken later moest ik plassen en bleek dat mijn urine knalrood was. Toen voelde ik: ik ga het halen. De kanker was laat ontdekt en was behoorlijk agressief, maar ik begreep: ook het tegenoffensief is agressief. Hard tegen hard.'
'Na de tweede chemosessie viel mijn haar uit. Met plukken tegelijk. Ik liet me dan maar helemaal kaal scheren. Psychologisch was dat een loodzwaar moment, zo drastisch, zo vernederend: als een Joodse vrouw in een concentratiekamp. Ik keek in de spiegel en één woord vatte mijn hele wezen samen: "kankerpatiënt".'
'De dokters hadden me verwittigd: de chemokuur wordt keihard. Bulten op mijn hoofd. Joekels van knobbels, wel zeven of acht. Mijn spieren: wég. Smaakpapillen: niet langer actief. Ik sukkelde van de ene ontsteking naar de andere. Chemosessie vier: nu verloor ik ook mijn wenkbrauwen en wimpers. Alcohol of koolzuurhoudende drankjes: onmogelijk, ze zetten mijn mond na één slok in vuur en vlam. Maar al die tijd wist ik: ik haal het.'
'Eén moment zag het er meer dan benard uit. Tijdens de eindejaarsperiode had ik een fijne tijd, met de hele familie, tot ik, daags na Nieuwjaar, plots 40 graden koorts had. Spoedopname dus. De dokters gingen de griep te lijf met drie soorten antibiotica tegelijkertijd. Op de griep entte zich ook nog een longontsteking. Tien dagen lang zweefde ik tussen leven en dood. Zelfs mijn mama dacht dat het met me gedaan was. Eind januari keerde het tij. En ik mocht naar huis.'
'Half februari was ik paraat voor chemosessie nummer zes. Na een PET-scan (zie kader, nvdr) oordeelde de dokter dat zes sessies konden volstaan, maar dat die beslissing een maand later, na een nieuwe PET-scan, moest worden bevestigd - of niét. Dat werd een maand van worstelen met onzekerheid en dubbele gevoelens: dolblij dat de chemo voorbij kon zijn, maar als het niet zo zou zijn, zou ik een maand achterstand op het behandelingssschema hebben opgelopen. Gelukkig was de PET-scan positief. Die avond ben ik met mijn man uit eten gegaan in een goed restaurant in Gent. Feest!'
'Hoe beter je chemotherapie werkt, hoe kleiner de kans op terugkeer van de kanker, zo heb ik me laten vertellen. Natuurlijk blijft het vijf jaar uitkijken. Om de twee maanden ga ik op controle. Maar ik zie de toekomst hoopvol tegemoet.'
'Is het shockerend als ik zeg dat ik een "luxekanker" had? Ondanks de pijn, ondanks de lijdensweg van de chemokuur. Maar: de dokters hebben niets moeten wegsnijden. Mijn overlevingskansen waren van meet af aan behoorlijk groot. Financieel hoefde ik me niet al te veel zorgen te maken, dankzij mijn hospitalisatieverzekering: als zelfstandige is zulk een verzekering echt een aanrader. En belangrijkst van alles: ik mocht genieten van warme steun van vrienden, collega"s en mijn gezin en familie.'
'Gezin en familie: voor hén voer je de strijd. Conrad, mijn zoontje, was de stimulans bij uitstek. Drie jaar was hij toen ik ziek werd. Oud genoeg om te beseffen dat mama naar het ziekenhuis moet, te jong om de volledige draagwijdte te vatten. Op een dag zag hij mijn pruik aan de kapstok in de badkamer. Met verwonderde ogen keek hij me aan: "Mama, kan jij je haar afzetten?" Hij pulkte aan zijn eigen haardos, keek beteuterd en concludeerde: "Ik kan dat niet" (lacht). Voor mijn gezin en familie was het zwaarder dan voor mijzelf. Ik kon vechten, zij waren ertoe veroordeeld machteloos langs de zijlijn toe te kijken.'
'Uit tegenslagen kan je leren. Kanker is voor mij geen litteken maar een ervaring: het is een wedstrijd waarin je beseft dat je jezelf kan overtreffen. Ik voel me in een jaar tijd tien jaar rijper geworden. Dat uit zich in de manier van liefhebben, in de wijze van het leven te bekijken en te beleven: ik kan tegelijkertijd én meer afstand nemen én meer genieten. Ik ga de uitdagingen met nog meer enthousiasme te lijf, maar tegelijk kan ik volschieten van bewondering bij een mooi landschap of de kleurschakeringen van de herfstbladeren. Ik beleef het leven in al zijn facetten intenser dan ooit.'
'Weet je, toen ik vijf was, werd mijn vader zwaar ziek. Vier jaar later is hij gestorven. Tijdens mijn ziekte voelde ik me altijd geruggensteund. Alsof iemand over me waakt (stokt). Kort na mijn gevecht met kanker lag ik te rusten met Conrad, tot mijn kleine jongen stuipen kreeg. De dokters vreesden even voor zijn leven. Op dat moment woelde het door mijn hoofd: mijn vader verloren als kind. Zelf nét kanker gehad. En nu, mijn zoontje kwijt? Nee! Niet wéér. Gelukkig bleken het achteraf maar koortsstuipen te zijn. Ik heb genoeg meegemaakt. Ik zal geen tweede bestaan nodig hebben om te beseffen hoe intens het leven kan zijn.'



