Ivan Van Rumst na longkanker: "Ik voel me goed, ik wil nog iets maken van mijn leven"
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Zonder de steun van zijn familie had Ivan Van Rumst (46) het niet gered. Zonder zijn pientere notaris had hij geen eigen huis meer. Zonder zijn warme werkgever zat hij nu zonder baan. Ivan is daar heel dankbaar voor maar nu wil hij op volle kracht vooruit. En dat gaat moeizaam. "Ik draag altijd en overal een stempel "kanker" mee, zelfs in de relatie met mijn ouders", zegt hij. Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 37, januari 2008
Ivan Van Rumst staat al in de deuropening van zijn woning in Oostende als ik aankom. "Dit is nog een gezellige straat. Als het weer het toelaat, leven de mensen buiten. Toen ik na mijn behandeling voor kanker weer thuiskwam, wilde iedereen me omhelzen en een praatje slaan. Het deed me wat, ik wist niet dat ik zo graag gezien was."
Toch geen hernia
Hernia luidde de diagnose toen Ivan Van Rumst zich in het najaar van 2004 in het ziekenhuis meldde met rugpijn. Hij werd geopereerd maar de pijn bleef. Toen zijn tandarts in het voorjaar van 2005 vaststelde dat het gebit van Ivan onrustwekkend snel verzwakte, trok ze aan de alarmbel. In het ziekenhuis van Oostende werd de oorzaak van alle ellende ontdekt: een longtumor van 6 bij 2,5 centimeter. Opereren was onmogelijk want het gezwel bleek met de ruggengraat vergroeid. De chemo- en de radiotherapie sloegen gelukkig aan, de tumor nam snel in omvang af. "Ik heb enorm afgezien van de chemotherapie," zegt Ivan. "Ik was zo vermoeid en ziek dat ik niets nog zelf kon. Ik werd geleefd als een plantje dat je op tijd en stond een beetje voedsel, zon en liefde moet geven. Ik was op dat ogenblik aan het scheiden. Gelukkig vingen mijn ouders, broers en zussen me fantastisch op want alleen had ik het niet gered. Ik heb meer dan een jaar bij mijn ouders ingewoond. Dat is de omgekeerde wereld. Zij zijn de zeventig voorbij, mijn vader heeft darmkanker overwonnen en toch moeten ze nog altijd voor mij zorgen. Eigenlijk zou ik hen moeten bijspringen. Ik schaam me daar echt voor."
Overbezorgde ouders
Tot zijn ziekte werkte Ivan als slager bij de warenhuisketen Colruyt. Als hij 's avonds thuiskwam, trok hij pak en das aan en ging als zelfstandige in bijberoep de baan op voor telecombedrijf Euphony. Hij had een riant inkomen. In één klap viel dat terug op 900 euro per maand. Gelukkig had hij een hospitalisatieverzekering via zijn werkgever, maar toch. Hij werd verplicht zijn auto van de hand te doen. De leninglast voor zijn woning woog zwaar maar de notaris drukte hem op het hart zijn huis niet te verkopen. Ivan sprak al zijn spaarcenten aan en hield het hoofd net boven water. "Mijn huis is mijn kleine paradijs. De benedenverdieping is opgeknapt maar er is nog veel werk. Onder meer het dak is aan vernieuwing toe. Ik heb een lening aangevraagd bij de bank, ik hoop dat ze wordt goedgekeurd. Voor een levensverzekering maak ik als kankerpatiënt geen kans. Ik kan er gewoon geen afsluiten, zelfs niet tegen een veel hogere premie dan iemand die volkomen gezond is. Dat is een groot probleem. Ik heb geen partner en geen kinderen. Als ik overlijd dan is de verdere afbetaling van de lening volledig voor mijn familie. Ik begrijp dat mijn ouders zich daar zorgen over maken. Aan de andere kant zou ik zo graag hebben dat ze me vooruit duwen, dat ze in me geloven. Ik voel me goed, ik ben bereid een risico te nemen. Ik ben 46 jaar oud. Ik wil nog iets maken van mijn leven, een partner vinden, gelukkig zijn en, wie weet, kinderen krijgen. Mijn familie gaat telkens op de rem staan. Uit bezorgdheid, ik weet het wel, maar ik ervaar het als beklemmende overbezorgdheid."
Modelwerkgever
Sinds maart is Ivan Van Rumst weer aan de slag, deeltijds. Niet alleen zijn ouders stonden daar aanvankelijk sceptisch tegenover. Ook het ziekenfonds en de vakbond raadden hem aan om werken uit zijn hoofd te zetten en voor een ziekteuitkering te kiezen. Ivan zette echter door. Om dag in dag uit thuis te zitten, voelt hij zich te goed. Gelukkig kon hij rekenen op een modelwerkgever. "Colruyt heeft me nooit laten vallen. Er is me altijd gezegd: blijf zo lang als nodig thuis, daarna zien we wel. Het was vrij vlug duidelijk dat ik mijn vroegere werk niet terug zou kunnen opnemen. Een slager moet veel tillen, dat kan ik niet meer aan. Na een bezoek aan de bedrijfsarts is Colruyt op zoek gegaan naar een aangepaste baan. Sinds maart werk ik halftijds in een Okay-winkel, een keten van buurtwinkels van de groep Colruyt. Ik verzorg er de degustaties. Ik bereid etenswaren, laat de klanten proeven en geef een beetje uitleg. Dat is niet zelden de aanleiding voor een diepgaander gesprek, zelfs over ziek zijn en kanker. Ik ben Colruyt ongelofelijk dankbaar. Ik krijg ook de kans om op eigen tempo te groeien in mijn werk. Zo steek ik af en toe al eens een handje toe bij het vullen van de rekken of aan de kassa. Op termijn wil ik meer dan achttien uren per week werken."
Dankzij zijn baan en de gedeeltelijke ziekte-uitkering heeft Ivan nu weer een behoorlijk inkomen. Na aftrek van de lening voor zijn huis en zijn vaste kosten houdt hij net voldoende over om de maand rond te komen. Schulden heeft hij niet, maar spaarcenten evenmin.
Toneelspeler
Ivan weet dat de longkanker weer de kop kan opsteken, maar bij de pakken blijven zitten, ligt niet in zijn aard. Sinds kort is hij begonnen met tekenen, hij gaat als vrijwilliger op gevangenenbezoek in Brugge, hij volgde tekstverwerking voor de computer en is nu bezig met een cursus internet. En hij maakt deel uit van een plaatselijke toneelgroep. De repetities voor een nieuw stuk, het derde waarin hij meespeelt, zijn volop aan de gang. "Eind december gaan we in première in Oostende. Het repetitieritme in de weken voordien ligt hoog. Dat is zeer vermoeiend. Maar dat ik dit nog kan en dat ik voor een publiek op de planken sta, is op zich een overwinning op mijn ziekte. Ik geniet echt van het spelen en van het applaus achteraf."



