LinksSitemapContact
U bent hier:

Katrien Van Leirsberghe over de dood van haar man, Guido Depraetere

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

"In november 2006 vierden we Guido"s zestigste verjaardag, zonder hem. Geen groot feest maar een feest zoals hij het zou gewild hebben, met de kinderen, hun partners en de kleinkinderen. Dat is de manier waarop wij met zijn dood proberen om te gaan." Katrien Van Leirsberghe, mevrouw Guido Depraetere, praat over de ziekte en de dood van haar man, en over het leven zonder hem.

Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 34, april 2007

Op 12 augustus 2006 overleed Guido Depraetere aan de gevolgen van longkanker. De televisiemaker werd net geen zestig. Hij had een vrouw, drie kinderen en vier kleinzonen. Intussen is er ook een vijfde kleinkindje, Margo. "Guido heeft nooit geweten dat hij een kleindochter zou krijgen. Hij wist dat onze dochter Bieke zwanger was maar op de echografie was nog niet te zien of het een meisje of een jongen zou zijn. Dat is zo jammer want hij keek echt uit naar een kleindochter."

Mooi maar te kort
"Guido is 18 maanden ziek geweest. Begin februari 2005 bleek dat hij longkanker had. Hij ging heel nuchter om met die diagnose. Hij riep meteen de kinderen bij elkaar om er open over te praten. Dat was een emotionele avond, maar Guido bekeek ook onmiddellijk de praktische kant: wat als ik er niet meer ben. Hij wilde alles regelen voor mij en voor de kinderen. Ik vond dat zeer erg want het betekende dat hij er rekening mee hield dat hij niet zou genezen. Ik wilde daar helemaal niet aan denken. Toen hij me in de daaropvolgende weken en maanden wegwijs maakte in alles wat administratie en financiën aanging, heb ik echt een knop moeten omdraaien. Ik beschouwde wat hij me toen leerde als zaken die ik moest kunnen, met of zonder Guido."

"Guido kreeg chemotherapie en bestraling. Na de behandeling gingen we ervan uit dat hij genezen was. In oktober bleek het tegendeel, de kanker was uitgezaaid. Om de drie weken moest hij naar het ziekenhuis voor chemotherapie, veel zwaardere dan de eerste keer. Alleen het gezin en enkele goede vrienden wisten dat hij hervallen was. Uiterlijk zag je niet aan hem dat hij ernstig ziek was. Hij bleef dynamisch en actief. Hij wilde zo gewoon mogelijk voortleven. Dat hij doorging, gaf ook iedereen in het gezin moed. Ik heb altijd gedacht dat hij zou genezen. Zelfs toen ik hem in de zomer van 2006 een week vroeger dan voorzien naar het ziekenhuis moest brengen omdat hij er zo slecht aan toe was, besefte ik niet dat hij niet meer naar huis zou komen. Guido wist dat wel, denk ik. Of hij de dood aanvaard had, dat weet ik niet. Kun je aanvaarden dat je doodgaat? Ik betwijfel het. Dat wil niet zeggen dat hij niet goed met de gedachte aan de dood omging. Hij zei altijd dat hij een mooi leven had gehad, dat hij alles had gedaan en bereikt wat hij wilde. Het had alleen nog veel langer mogen duren."
"Na zijn laatste chemobehandeling is het snel gegaan. Gelukkig maar, denk ik nu. Het was goed dat het zo snel voorbij was. Guido was zeer bang dat hij fysiek zou aftakelen, maar dat bleef hem gelukkig bespaard."

Afscheid
"Sinds we wisten dat Guido ziek was, gingen we nog intenser dan vroeger met elkaar om. Ik ging vaak bij hem zitten als hij aan het werk was in zijn bureau. We zaten veel samen in de tuin. Het woord afscheid spraken we niet uit, Guido was daar veel te nuchter voor. Bovendien, als je elkaar zo graag ziet als wij deden, is het niet nodig om met zoveel woorden afscheid te nemen. Op één van onze laatste vakanties in Dubai liepen we toevallig een bevriend koppel tegen het lijf. We aten een paar keer samen. Nadat Guido overleden was, zei die vrouw: "In Dubai hebben we gezien en gevoeld dat jullie afscheid van elkaar aan het nemen waren." Wij hebben dat zelf nooit zo aangevoeld."
"We hebben altijd veel gereisd, met de kinderen maar ook met zijn tweetjes. In april vorig jaar maakten we nog een cruise in de Caraïben. De vliegreis naar ginder was zwaar voor Guido, al liet hij dat niet merken. De boottocht was heel aangenaam. Guido bracht er voor het laatst zijn Baziel-show. Die reizen mis ik nu wel. Guido heeft me op het hart gedrukt dat ik dat moet blijven doen, maar nu is het daarvoor nog te vroeg. Volgend jaar misschien."

"Wat ik ook erg mis, is het samen eten. Guido was een Bourgondiër, ik kookte graag en goed voor hem. Hij was dan ook gul met complimentjes. Zelfs toen hij ziek was en weinig eetlust had, deed hij zijn best om met smaak te eten. Voor mij."
"Het leven zonder Guido is helemaal anders, het heeft veel minder kleur. Ik merk wel dat er een beetje kleur terugkomt. In de eerste maanden na zijn dood zag ik Guido altijd als zieke, als een man die niet meer kon eten of drinken. Nu denk ik al vaker aan de leuke dingen, aan Guido zoals hij was voor hij ziek werd. De mooie herinneringen halen stilaan de bovenhand."

Zestigste verjaardag
"Omdat Guido veel werkte, ben ik het gewoon zelfstandig te leven. Tot voor enkele jaren werkte ik als kleuterleidster in Blankenberge. Ik heb veel vrienden en veel hobby"s. Guido heeft me daarin altijd gestimuleerd. We zijn jong getrouwd. Eén van de eerste dingen die ik van hem moest doen, was leren autorijden. Die zelfstandigheid komt me nu goed van pas."
"De kinderen en de kleinkinderen zijn een grote steun. Guido mocht dan wel een druk professioneel leven hebben, hij was een echte gezinsman. Hij wist altijd waar de kinderen mee bezig waren, hij was er op de belangrijke momenten. We hadden een hecht gezin. In de periode dat hij ziek was, kwamen de kinderen en de kleinkinderen vaak langs. En het was altijd gezellig."
"We praten veel over Guido, we hebben daar geen moeite mee. In november hebben we samen zijn zestigste verjaardag gevierd. Een feest met de kinderen, hun partners en de kleinkinderen, zoals Guido het zou gewild hebben. Op die manier proberen we met zijn dood om te gaan. Maar het blijft hard. De feestdagen waren lastig. Op oudejaarsavond ben ik thuis gebleven met de vijf kleinkinderen. We aten spaghetti en speelden spelletjes. Op nieuwjaarsdag hebben we ontbeten op bed. Dat was zeer leuk. Maar Guido en ik vierden oudejaar traditioneel samen met enkele vrienden. Ik ben dit jaar niet op hun uitnodiging ingegaan. Guido was altijd heel aanwezig op die feestjes, het gemis zou me te zwaar gevallen zijn."

Naar het verhalenoverzicht