LinksSitemapContact
U bent hier:

Komiek Gaston Berghmans over winnen en verliezen in de strijd tegen kanker

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Als een verbale waterval diept Gaston Berghmans anekdotes en grappen op. Maar doorheen het vakmanschap van de komiek schemert het patine van melancholie: 'Leo... ik denk élke dag aan hem.' Compagnon de route Leo Martin verloor het leven aan longkanker. Berghmans zelf overwon darmkanker. Op zijn 81 kijkt het monument van de Vlaamse komische scène terug op de strijd die hijzelf en zijn boezemvriend met de ziekte leverden: 'Voor hetzelfde geld was het omgekeerd afgelopen: ik dood, Leo levend.'

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 34, april 2007

'Ongezond leven? Beslist. De kanker die Leo en mij heeft getroffen, is minstens gedeeltelijk te wijten aan onze levensstijl. Beiden waren we verstokte rokers, Leo nog meer dan ik. Na een show of opname zakten we steevast af naar een kroeg. De twee whisky's die we aanvankelijk wilden drinken, werden er drie, vier. Een leven tjokvol stress ook. We holden van TV-opname naar live-show. 's Nachts thuiskomen. En dan schreef ik nog teksten voor sketches. Keihard werken, dat was het, jaren na elkaar.'

'Eind 1989, begin 1990 had ik nu en dan bloedverlies tijdens de stoelgang. Verschillende keren maakte ik mijn huisarts er op attent. Hij, zelf een whiskyliefhebber, suste me en vond het niks om zich druk over te maken: "Whisky gedronken? Dan zal er wel een adertje gesprongen zijn.". Maar het bloedverlies werd erger. Uiteindelijk liet ik me onderzoeken door een darmspecialist. Die stelde meteen de diagnose. Recht voor de raap: "In uw darm. Een tumor. Een kwaadaardige. Zo groot als een fiks uit de kluiten gewassen champignon." Ik herinner me dat ik zwijgend het honorarium voor de dokter neerlegde. Geen vraag, geen woord kreeg ik over de lippen.'

'Thuis zat Jenny, mijn vrouw, in de sofa televisie te kijken: "En?" "Tumor. Kwaadaardig", antwoordde ik. Zij aan zij hebben we de hele avond televisie gekeken. In stilte. Ik kon niks zeggen. Jenny kon niks vragen. De ochtend nadien kwam haar eerste vraag: of ik pijn had. Neen, anders had ik me zeker eerder laten onderzoeken.'

'Snel moest ik naar het ziekenhuis. Ruim een week lang waren er allerlei onderzoeken. Het besluit: operatie. Dringend. De avond voor de ingreep, kwam de chirurg aan mijn bed. Of er uitzaaiingen waren, wilde ik weten. "Dat zal ik u morgen weten te vertellen", antwoordde de arts. Die avond lag ik met doodsgedachten naar het plafond te staren. Om te sterven was ik niet bang. Wél om nooit meer Jenny en mijn dochter Chantal te zien.'

'Denk aan Jenny! Dat was mijn enige gedachte toen ik klaar lag op de operatietafel. Toen ik wakker werd, kwam de dokter snel naar me toe. Met verlossende woorden: "Alles is eruit. Alles." Jenny en Chantal stonden aan de deur te wachten. Ze hoefden me niet te vragen wat de arts had gezegd. Mijn gezicht sprak boekdelen.'

'Ik zeg wel eens, als boutade: "Vijftig jaar geleden werd ik verliefd op Jenny. En in 1990 heb ik haar leren kennen". Dankzij Jenny ben ik de moeilijke periode doorgekomen. Elke dag kwam ze naar het ziekenhuis. Officieel is bezoek er toegelaten van één tot zes in de namiddag. Jenny kwam al om half twaalf en bleef tot acht. De verpleegsters wisten dat het geen zin had haar tegen te houden (lacht).'

'Ik piekerde over al die jaren waarin ik het werk liet voorgaan op mijn gezinsleven. De mallemolen draaide maar door: opnames, shows, optredens. Vaak was ik pas diep in de nacht thuis. Glipte in bed naast Jenny. Niks, geen verwijt maakte ze me. Alleen, de ochtend nadien, een zacht: "Het was weer laat gisteren, niet?" Nu maak ik het goed: we genieten, samen. Jenny mag van mij elke dag kiezen wat ze het liefste wil doen. Wandelen? Uit eten? Voor mij is alles prima. Ik ga mee. Ik wéét: ik kan niet zonder deze vrouw.'

'Na de operatie: pijn! Zes dagen en zes nachten lang heb ik nauwelijks kunnen slapen. Pijnstillers zijn uit den boze. De darmen moeten immers zo snel mogelijk na de operatie terug aan het werk. Eten was aartsmoeilijk. Ik vermagerde zienderogen. Ik ben 1 meter 82 en woog nog amper 59 kilogram. Toen ik me uitkleedde om te douchen, zei Jenny: "Een kontje, dat heb je niet meer hé". De eerste televisie-opname was er één met para's als figuranten. Die stoere kerels konden me optillen als was ik een pluimpje (lacht).'

'Leo. Nog élke dag denk ik aan hem. Zijn portret hangt in de woonkamer, aquarel met houtskool. Hij heeft minder geluk gehad dan ik. Voor hetzelfde geld kon het omgekeerd zijn geweest: ik gestorven, Leo levend. Dat besef ik scherp. Na mijn darmkanker probeerde ik hem te weerhouden van het roken. Tevergeefs. Hij páfte. Van 's ochtends vroeg hing hij aan de sigaret.'

'In 1992 voelde hij aan dat er iets niet snor zat. Hij vertelde me over een bezoek aan de dokter: "Een keel die knalrood ziet, tot daar aan toe. Maar de uwe, mijnheer Martin, is grijs." Ik denk dat Leo vermoedde dat hij kanker had. Maar hoewel we boezemvrienden waren, heeft hij het woord tegenover mij nooit uitgesproken.'

'Hij had een tumor in de luchtwegen. Met bestraling en chemo kregen de artsen die klein, maar niet wég. Soit. Eventjes leek het te helpen. Leo herwon zijn levenslust: "Gaston, ik ben erdoor aan 't komen!", zei hij, en één seizoen lang konden we opnieuw samen spelen. Ons laatste seizoen samen.'

'Voor Leo werd het één lange herhaling van behandelingen. Na een bestraling kon hij weer ademen. Daarna groeide de tumor opnieuw, dan moest hij opnieuw onder de bestraling. Maar na verloop van tijd duurde het bij wijze van spreken nog amper een kwartier vooraleer de tumor weer was gegroeid. Weet je, ooit tijdens onze carrière stelde ik hem voor: "Leo, weet je wat, speel jij nu eens de schlemiel. Natuurlijk moet je wel je snor afscheren". Leo was categoriek: "Nooit! En bovendien, die ideale slungel, dat ben jij! De mensen moeten al lachen wanneer ze je domme kop zien (lacht bij de herinnering)". Door de bestraling en de chemo verloor Leo zijn haar en snor. Ik zei: "Kijk Leo, nu heb jij een nog dommere kop dan ik." We schaterden het uit.'

'Op 6 januari 1993 is mijn moeder overleden; Leo is nog naar de begrafenis gekomen. Het was bitter koud. Maar hij wou per sé afscheid nemen van mijn moeder die hij zo goed had gekend. Op 11 maart is mijn verjaardag. Precies een week later is Leo gestorven. Gestikt in zijn slaap.'

'Ja, we hebben afscheid genomen. Ik zal je vertellen hoe. Twee dagen voor hij stierf, belde Leo me, van op zijn ziekbed. Hij had een ijle fluisterstem maar hij was perfect bij zinnen. Hij zei: "Gaston, ik moet je bedanken voor al die teksten die je hebt geschreven. Jij schreef die 's nachts hé..Al die jaren heb jij 's nachts geschreven. Ook voor mij." Ik: "Komaan, Leo. We hebben daar toch nooit een punt van gemaakt!" En hij: "Toch wil ik je bedanken." Hij viel stil. Ik hoorde hem huilen. En ik ben mee beginnen te huilen.'

Naar het verhalenoverzicht