LinksSitemapContact
U bent hier:

Maagkanker

Verwante informatie

Meer lezen

Patiënten vertellen

Wat is maagkanker?

Maagkanker is een kanker die begint in de maag. De maag maakt deel uit van het spijsverteringsstelsel. Voedsel wordt er opgeslagen en de vertering begint er door de vermenging met maagsap. De meeste maagkankers (90 tot 95%) zijn adenocarcinomen; dat is een type kanker dat ontstaat in het slijmvlies van de maag.

Maagkanker kan zich op verschillende manieren verspreiden. De tumor kan doorheen de maag in andere organen groeien (in de slokdarm, in het buikvlies of de dunne darm bijvoorbeeld) of hij kan zich verspreiden via de bloedsomloop of het lymfestelsel. Dat lymfestelsel is een complex systeem in ons lichaam - enigszins vergelijkbaar met het bloedstelsel - dat een belangrijke rol speelt in de afweer tegen ziekteverwekkers. Kankercellen die zich zo verspreiden, kunnen elders (bijvoorbeeld in de lever of de longen) nieuwe tumoren vormen.

Tegenwoordig is maagkanker in België veeleer zeldzaam. Het Vlaams Kankerregistratienetwerk registreerde in 2000 in Vlaanderen 829 nieuwe gevallen van maagkanker, 492 bij mannen en 337 bij vrouwen. In het begin van de twintigste eeuw kwam maagkanker veel méér voor. Mogelijk heeft de daling van het aantal maagkankers iets te maken met de opkomst van de koelkast om voedsel te bewaren en het daardoor verminderde verbruik van sterk gezouten en gerookt voedsel.

Onderzoeken?

In het begin veroorzaakt maagkanker zelden klachten, waardoor het moeilijk is de ziekte in een vroeg stadium te ontdekken. De volgende klachten of symptomen kunnen voorkomen: gebrekkige eetlust en onverklaarbaar gewichtsverlies, buikpijn, vage pijn in de maagstreek of een vol gevoel in de bovenbuik, maagzuur, misselijkheid, braken. Deze symptomen wijzen echter niet altijd op kanker. Maar als ze niet na enige tijd vanzelf overgaan, is het wel het beste ermee naar de huisarts te gaan. Hij zal een algemeen lichamelijk onderzoek doen en u indien nodig doorverwijzen naar een specialist.

Het belangrijkste onderzoek om de diagnose maagkanker te stellen, is een endoscopie. Bij dit onderzoek bekijkt de specialist de binnenkant van een orgaan met een lange flexibele buis. Het onderzoek verschilt per orgaan van naam: met een coloscopie wordt bijvoorbeeld de dikke darm onderzocht, voor de maag heet het onderzoek een gastroscopie. Tijdens een gastroscopie kan meteen ook een biopsie genomen worden; dat is de verwijdering van een stukje weefsel om het in het laboratorium op kankercellen te onderzoeken. Soms is een röntgenfoto van de maag nodig. De patiënt moet daarvoor nuchter zijn, en krijgt vlak voor het onderzoek een contrastvloeistof (bariumpap) te drinken die ervoor zorgt dat de arts goede foto's kan maken van de maag.

Als de diagnose maagkanker gesteld is, dienen nog andere onderzoeken te gebeuren om te zien of er mogelijk elders in het lichaam tumoren te zien zijn en om te weten in welk stadium de ziekte zich bevindt. Dat helpt de artsen de juiste behandeling te bepalen. Zo kunnen bloedtesten, een echo-endoscopie (inwendige echografie van de maagwand) een echografie van de lever, een radiografie van de longen, een CT-scan (computertomografie, of zeer gedetailleerde röntgenfoto"s met dwarse doorsneden van het lichaam) een MRI (magnetic resonance imaging, beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt met een sterke magneet) of een PET-scan (positron emission tomography, waarbij een licht radioactieve vloeistof ingespoten wordt om eventuele tumoren overal in het lichaam zichtbaar te maken op foto) volgen.

Behandeling?

De meest toegepaste behandelingen van maagkanker zijn op dit moment chirurgie (een operatie), chemotherapie (een behandeling met medicijnen) of radiotherapie (bestraling). De behandelende arts-specialist zal meestal een combinatie van behandelingen adviseren, afhankelijk van de aard en de locatie van de tumor, de uitgebreidheid van de ziekte en de algemene conditie van de patiënt.
Als de ziekte beperkt is gebleven tot de maag zelf, zal de specialist wellicht een curatieve behandeling voorstellen. Dat is een behandeling die gericht is op de genezing van de patiënt. Als de ziekte niet meer volledig te genezen is, is er toch nog een behandeling mogelijk. Het doel van de behandeling is dan de ziekte zolang mogelijk onder controle te houden. Soms zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Aarzel in dat geval niet uw specialist uitvoerig vragen te stellen over de voor- en nadelen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Chirurgie

Opereren is de belangrijkste behandeling voor de meeste maagkankers. Als de kanker in een vroeg stadium ontdekt wordt, kan chirurgie volstaan als behandeling.
Meestal wordt een deel van de maag verwijderd (dit heet een gedeeltelijke gastrectomie) of de hele maag (totale gastrectomie). Daarbij worden vaak ook de lymfeklieren in de buurt van de maag mee weggenomen, en, afhankelijk van de uitgebreidheid van de tumor, bepaalde andere organen rond de maag, bijvoorbeeld het onderste deel van de slokdarm, het bovenste deel van de dunne darm, de milt of een stuk van de pancreas. Er zijn verschillende chirurgische technieken om het overgebleven deel van de maag te verbinden met de dunne darm of, bij een totale gastrectomie, om de slokdarm met de dunne darm te verbinden.
Ook als de tumor te ver gevorderd is om nog volledig weg te nemen, kan een operatie nuttig zijn, bijvoorbeeld om te voorkomen dat de doorgang van voedsel naar de maag volledig geblokkeerd geraakt.
Leven zonder maag of met maar een stuk van de maag is mogelijk, al is wel een aanpassing van voeding en de manier van eten nodig.

Complicaties en bijwerkingen
Het wegnemen van een stuk of de volledige maag is een ingrijpende operatie. Complicaties zijn bijvoorbeeld bloedingen, bloedklonters en schade aan nabijgelegen organen, zoals de galblaas en de pancreas.
Na de operatie kunnen bijwerkingen ontstaan zoals oprispingen, buikpijn na het eten, ijzer- en vitaminetekort en diarree. Omdat de maag niet meer zoveel voedsel aan kan als voor de operatie, of omdat het voedsel in de dunne darm afgebroken wordt in plaats van de maag, is een aanpassing van de voedingsgewoonten nodig. Het belangrijkste gevolg van de operatie is dat u sneller een verzadigd gevoel zult hebben en vaker kleine beetjes moet eten.

Chemotherapie

De naam chemotherapie verwijst naar de behandeling met geneesmiddelen die kankercellen vernietigen of hun groei remmen. De medicijnen worden meestal rechtstreeks in de bloedbaan gebracht met een infuus, waarna ze zich door het hele lichaam verspreiden. Niet alle kankercellen zijn even gevoelig voor dezelfde medicijnen. Daarom wordt vaak een combinatie (een "cocktail") van celdelingremmende geneesmiddelen (cytostatica) voorgeschreven.

Chemotherapie kan als (enige) behandeling gegeven worden voor een maagkanker met uitzaaiingen op afstand of als een operatie niet mogelijk is. Er lopen studies over het nut van chemotherapie vóór of na een operatie.

Bijwerkingen
Chemotherapie tast behalve de kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen er tijdelijk bijwerkingen optreden: misselijkheid en braken, haaruitval, ontstoken mond, verhoogde kans op infecties door een tekort aan witte bloedcellen, verminderde eetlust, vermoeidheid... Deze bijwerkingen verschillen van persoon tot persoon en hangen onder andere af van de soort medicijnen, de dosis en de duur van de behandeling. Om deze bijwerkingen zoveel mogelijk tegen te gaan, kan bijkomende medicatie toegediend worden (bijvoorbeeld antibraakmiddelen). Na de behandeling verdwijnen de meeste bijwerkingen.

Radiotherapie

Radiotherapie is een behandeling met radioactieve stralen om kankercellen te vernietigen. Bij radiotherapie wordt radioactieve energie in de vorm van een stralenbundel (te vergelijken met een lichtbundel) precies gericht op de plaats van het gezwel. De bestraling kan van buitenaf komen (uitwendige bestraling) of van radioactief materiaal dat in de tumor wordt ingebracht (inwendige bestraling). Maagkanker wordt soms uitwendig bestraald. Bestralen gebeurt ook palliatief, als genezing niet meer mogelijk is, om symptomen te verlichten zoals pijn, bloedingen of moeilijkheden om te eten.
Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per patiënt. Ook de duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. De bestraling op zich is pijnloos.

Bijwerkingen
De radiotherapeut zal er samen met de stralingsfysicus voor zorgen dat de toegediende dosis en het bestralingsveld zodanig worden berekend dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Toch kan straling ook invloed hebben op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor kunnen irritatie van de bestraalde huid, vermoeidheid, onpasselijkheid, braken of diarree optreden. Deze bijwerkingen verdwijnen normaal enkele weken na de behandeling.

Na de behandeling?

Geneeskansen

De kans op genezing en herstel hangt af van veel dingen: van het stadium waarin de ziekte verkeert bij diagnose, van de groeisnelheid van de tumor, van de leeftijd en de algemene toestand van de patiënt, van het feit of er al dan niet uitzaaiingen zijn, van het effect van de behandeling enz. Het is moeilijk te zeggen wanneer iemand volledig genezen is. De kans dat de ziekte terugkomt, wordt kleiner naarmate u langer ziektevrij bent.

Als maagkanker vroeg ontdekt wordt, is de kans op genezing groter. Omdat de ziekte vaak pas in een gevorderd stadium ontdekt wordt, kan ze wel behandeld maar zelden genezen worden. Veel behandelingen zijn daarom gericht op het remmen van de ziekte en het verlichten van symptomen.

Uw behandelende arts kan hierover meer uitleg geven. Hou er rekening mee dat elke situatie uniek is en dat overlevingscijfers enkel een globaal beeld geven. Niemand kan voorspellen wat er in uw geval precies zal gebeuren. Praat erover met uw arts: hij kent uw situatie het best.

Nazorg

Leven met een ernstige ziekte als kanker is een hele beproeving. Naast de fysieke ongemakken die de behandeling meebrengt, worden de meeste kankerpatiënten geconfronteerd met allerlei zorgen, angsten en onzekerheden. Als de therapie met succes is afgerond, vragen patiënten zich af wat er nog meer gedaan kan worden.
Deel van de nazorg is een geregelde medische controle (lichamelijk onderzoek en bloedafname en radiografieën) om een mogelijk herval zo snel mogelijk op te sporen of om te zien of de ziekte onder controle is.
Als het met de therapie niet lukt de kanker onder controle te houden, is het de vraag hoe de symptomen zo goed mogelijk bestreden kunnen worden en wie daarbij kan helpen. Hulp bij de praktische en bij de emotionele aspecten van de ziekte zijn vaak welkom. Nazorg is in beide situaties erg belangrijk. Het begrip "nazorg" houdt dan ook veel in: medische begeleiding, oncorevalidatie (onder begeleiding bewegen en sporten om de fysieke conditie weer op te bouwen), psychische en sociale opvang, en/of palliatieve zorg.

Vragen?

Uw arts

Praat met de behandelende arts over mogelijke symptomen, bijwerkingen of fysieke problemen. Hij of zij kent uw ziekte en het verloop immers het best.

Uw omgeving en lotgenoten

Familie, vrienden en verwanten kunnen eveneens veel steun bieden. Het kan ook helpen om over de ziekte te praten met andere maagkankerpatiënten, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging of zelfhulpgroep .

Kankertelefoon

Logo KankertelefoonDeze informatie beantwoordt wellicht niet al uw vragen. Blijf er echter niet mee zitten, maar schrijf ze op, stel ze aan uw arts of bel naar de Vlaamse Kankertelefoon (elke werkdag van 9 tot 17 uur, of stuur een e-mail naar kankerlijn@tegenkanker.be ). U kunt er terecht voor een anoniem luisterend oor, deskundig advies of een bemoedigend gesprek. U kunt er ook informatie krijgen over verdere begeleiding van patiënten, over contact met lotgenoten (bijvoorbeeld via zelfhulpgroepen), sociale voorzieningen voor patiënten, aanvullende behandelingsmethoden, palliatieve zorg enz.