LinksSitemapContact
U bent hier:

Marleen Algoet over opname in steriele kamer

Lotgenoten

Wie voor zijn kankerbehandeling in isolatie moet, zou misschien graag eens praten met iemand die het ook meegemaakt heeft. De zelfhulpgroep Wildgroei kan u zeker in contact brengen met iemand die een gelijkaardige (leukemie)behandeling ondergaan heeft. Contactpersonen: Luigi Chirillo (089/38.09.80), Willy Schepers (013/52.30.92), Marcel Eeckhout (03/888.05.01) of het Oncologisch Centrum Antwerpen (03/223.53.54).

Beenmerg- en botbiopt

Bij een botbiopsie wordt met een naald een stukje bot weggenomen voor onderzoek en analyse. Als tijdens zo'n biopsie ook wat beenmerg opgezogen wordt, heet dit een beenmergpunctie. De bedoeling is om afwijkingen in het botweefsel of het beenmerg te onderzoeken.

Hoe streng is steriele isolatie?

De aanpak van opname in isolatie bij een leukemiebehandeling (zoals Marleen Algoet vertelt) is de laatste jaren in de meeste hematologieafdelingen flink veranderd: voor een 'gewone' chemotherapie zijn de strenge maatregelen (diepvriestoilet, niet knuffelen, schort en handschoenen voor bezoek enz.) flink afgezwakt. Voor wie chemotherapie en een stamceltransplantatie krijgt, zijn de isolatiemaatregelen vaak wel strenger.

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Marleen Algoet bracht een flink stuk van de lente en de zomer van vorig jaar door in een isolatiekamer van het ziekenhuis. Leukemie had haar natuurlijke weerstand dermate verzwakt dat elke infectie absoluut vermeden moest worden. "Ziek van de chemotherapie en in strikte isolatie, het was fysiek en psychisch een zeer zware periode. Mijn man en mijn kinderen hielpen me er doorheen", zegt Marleen.

Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 35, juli 2007

Op 21 april 2006 ging Marleen Algoet bij haar huisarts langs. Haar verkoudheid bleef maar duren en ze voelde zich vermoeid. De dood van haar schoonvader een maand voordien zat er wellicht voor veel tussen, maar toch. De resultaten van de bloedafname deden vermoeden dat er meer aan de hand kon zijn. Het ernstige tekort aan witte bloedcellen noopte tot nader onderzoek door een oncoloog. "Drie dagen na mijn bezoek aan de huisarts zat ik in het ziekenhuis voor een beenmerg- en botbiopsie (zie kader, nvdr)", vertelt Marleen, als verpleegkundige verbonden aan hetzelfde ziekenhuis. "Ik maakte me nog niet echt zorgen. Dat zou gauw veranderen. Ik was nog maar goed en wel terug thuis toen ik een telefoontje kreeg uit het ziekenhuis. Slecht nieuws. Of ik zo snel mogelijk wou komen voor een opname. Op dat ogenblik stond de wereld stil. Ik vond zelfs mijn koffer niet meer om mijn spullen in te steken. Onderweg naar het ziekenhuis hebben mijn man Ludo en ik niet veel gezegd, we konden niet. Twintig minuten later zat ik in de isolatiekamer. We hadden een gesprek van anderhalf uur met de dokter. Ze legde uit dat ik leukemie M3 had. Die vorm van leukemie komt niet zo vaak voor maar de prognose is zeer goed: de kans op genezing is 86 procent. Tijdens dat eerste gesprek met de dokter werden mijn man en ik echt overstelpt met informatie. Ik wilde alles weten, het goede en het slechte, maar het duurde toch enkele dagen vooraleer alles echt tot me doordrong. Mijn eerste gedachten gingen naar de kinderen: ik was blij dat ze alle drie al op eigen benen stonden."

In isolatie
Na enkele onderzoeken en het plaatsen van een katheter op dinsdag ging de eerste van drie zware behandelingen met chemotherapie van start. Omdat ze zo weinig witte bloedcellen had en haar weerstand tegen infecties dus bijzonder laag was, moest Marleen in een speciale isolatiekamer verblijven. "Die bestaat uit twee delen", legt ze uit. "Iedereen die binnenkomt, moet eerst grondig de handen wassen in een voorkamer. In een voorportaal van de eigenlijke kamer moet hij daarna een schort, handschoenen en een mondmasker aantrekken. Echt knuffelen met je man of je kinderen was er bij mij niet bij, en dat in een periode waarin je dat het meest nodig hebt. Eten komt de kamer binnen via een doorgeefkast. Rauwkost is van het menu geschrapt, alle groenten moeten doorbakken of gekookt zijn. Fruit moet geschild zijn. Brieven zijn uit de enveloppe gehaald omdat die al door te veel mensen aangeraakt is. Als mijn man een tijdschrift voor me kocht, moest hij er altijd eentje midden uit de stapel nemen, nooit het bovenste exemplaar."
"In de kamer staan een bed, een nachtkastje, een televisietoestel, een hometrainer en, indien je dat wil, een computer. Het toilet en de douche bevinden zich in dezelfde ruimte. Elke week werd een longfoto genomen, dat gebeurde aan mijn bed. De eerste chemobehandeling duurde zes weken. In die periode heb ik mijn kamer maar twee keer verlaten voor een onderzoek. Ik werd stevig ingepakt met schort, muts en mondmasker. Ik moest niet wachten voor het onderzoek, en nadien ging het zo snel mogelijk weer naar de kamer."

Beperkt bezoek
Het bezoek in de isolatiekamer was beperkt tot haar man en de kinderen. Ludo kwam dagelijks langs, de kinderen lasten een beurtrol in. Aan de familie vroeg Marleen niet naar het ziekenhuis te komen. "Ik kom uit een gezin van elf, bij mijn man waren ze met vijf kinderen. Ik had al dat bezoek niet aangekund. Ik kreeg wel veel telefoontjes. Die gaven me steun, maar soms werd ook dat te veel. Dan wilde ik met rust gelaten worden en legde ik de hoorn van de haak. Weet je, het probleem was dat ik altijd mijn verhaal moest doen. Mensen vertelden niet over hoe het met hen was en met hun kinderen, over hoe hun vakantie geweest was. Als ik daar dan naar vroeg, waren ze zeer verbaasd: "jij bent ziek, waarom zouden wij over onze vakantie praten?" Ze begrepen niet dat ik het niet voortdurend over mezelf wilde hebben."
"Ik was natuurlijk ook heel ziek. Ik had heel veel last van de nevenwerkingen van de chemotherapie: ik moest braken, ik had diarree, ik kon niet eten en kreeg gedurende twee weken voeding via een sonde, mijn been raakte ontstoken en ik had nekpijn waardoor ik aan een morfinepomp lag. Eigenlijk zijn die eerste zes weken in de isolatiekamer voorbijgevlogen. Ik heb een beetje gelezen, een beetje televisie gekeken, eventjes op de hometrainer gezeten maar ik heb vooral veel gerust. Ik was te ziek om andere dingen te doen."
Na een periode van twee weken thuis volgde de tweede chemobehandeling, opnieuw acht dagen isolatiekamer. Die kuur verliep onverhoopt goed. Daarna was Marleen vijf weken thuis. De derde behandeling werd toegediend tijdens een opname van vijf dagen, de isolatie was lang niet zo streng als de eerste twee keren. Eens terug thuis werd Marleen echter zo ziek en koortsig dat een nieuwe opname onvermijdelijk was, twee keer twaalf dagen in strikte isolatie. "Die periode was zonder twijfel de zwaarste, fysiek en psychisch. Mijn man en ik dachten na de tweede behandeling die heel vlot verliep, dat het ergste voorbij was. Dat ik weer opgenomen moest worden, was een zware klap. We hadden het zelfs lastiger dan toen de diagnose gesteld werd."

Toekomst
Sinds eind augustus 2006 is Marleen thuis. Ze moet nog zeer regelmatig op controle en om de drie maanden gaat ze met een bang hart naar het ziekenhuis voor een beenmergpunctie. Haar katheter werd in februari verwijderd, dat was een heel belangrijk moment. Nu is ze een pillenkuur gestart die twee jaar zal duren. "Ik probeer de draad weer op te pikken maar zoals vroeger wordt het nooit meer. Terug gaan werken zit er niet in, ik ben nog altijd zeer moe. Aan het werk in huis en in de tuin heb ik meer dan voldoende. Ludo begint stilaan plannen te maken voor een verre reis, maar daar ben ik nog niet aan toe. Ik ben al blij als ik niet naar het ziekenhuis moet. Die ene vraag speelt nog regelmatig door mijn hoofd: hoe lang zal ik nog goed blijven? Gelukkig kan ik over alles praten met Ludo en met de kinderen."

Naar het verhalenoverzicht