LinksSitemapContact
U bent hier:

Muzikant Dirk Van Esbroeck: 'Mijn kanker lijkt meer op een chronische aandoening dan een levensbedreigende ziekte'

Bio

Dirk Van Esbroeck is onder andere bekend van de vroegere folkgroep Rum, en van zijn muzikale projecten met Juan Masondo en Alfredo Marcucci: "Tango al Sur" en "Patagón, Patagonia". Hij overleed op 23 mei 2007 aan de gevolgen van zijn kanker.

Meer weten over blaaskanker

  • brochures (o.a. Meer weten over blaaskanker en Vermoeidheid bij kanker) zijn te lezen, af te drukken of te bestellen via de pagina Publicaties.

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

De jongste vier jaar moest muzikant Dirk Van Esbroeck (59) niet minder dan zes operaties aan de blaas en één aan de longen ondergaan. Zijn blaaskanker lijkt niet uit te roeien, maar wel te temmen. De zanger-gitarist kijkt met een onthechte no-nonsense-attitude tegen de ziekte aan.

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 30, april 2006

'Ik maak me geen illusies dat ik er ooit van af raak. Kanker blijft altijd als een donderwolk over je gezondheid hangen. Mijn kanker komt terug, elke keer weer. Zes keer ben ik al aan mijn blaas geopereerd. Het lijkt op een chronische aandoening, veeleer dan een levensbedreigende ziekte. Ik vlei mij neer in de bekwame handen van de medische wetenschap (lacht).'

'Het begon allemaal met bloed in mijn urine. Eerst besteedde ik er weinig aandacht aan. Even later was mijn urine weer normaal gekleurd. Nog later kwam het bloed er weer in. Toen trok ik naar mijn huisarts. Dat is een goeie vriend maar als arts ziet hij me nooit, want ik ben nooit ziek (lacht). Daarom dacht hij eerst aan een kleine klap op mijn nieren die ik mogelijks tijdens het joggen kon hebben opgelopen. Maar het bloed kwam wéér terug. Bij onderzoek viel de diagnose: blaaskanker.'

'Je eerste reactie is natuurlijk "Kanker! Heb ik nog een toekomst?". In mijn geval kwam daar meteen de vraag bij: "Operatie? Okay, maar morgen wil ik wel weer optreden". Dat was natuurlijk een illusie. Na die operatie, de eerste, lag ik een week in het ziekenhuis en moest ik een tournee in het buitenland afzeggen. Meteen heb ik de knop omgedraaid en ben ik heel nuchter tegen de ziekte aan gaan kijken. Mijn vrouw hielp me met haar goeie zorgen enorm.'

'Zelf ben ik niet een van die patiënten die alle medische encyclopedieën gaat uitpluizen op zoek naar informatie. Ik wist dat ik poliepen heb in mijn blaas, dat die telkens terugkomen en dat ze weggehaald moeten worden vooraleer ze muteren in een agressief gezwel dat mijn blaaswand kan aantasten. Die informatie is voor mij genoeg. Ik heb het enorm gewaardeerd dat de artsen van meet af aan heldere, eerlijke informatie hebben verstrekt. Zo werd mij na die eerste operatie gevraagd om als proefpatiënt voor een zaal studenten te gaan staan. De studenten moesten aan de hand van gerichte vragen raden welke ziekte ik heb. Een medische quiz, als het ware (lacht) en ook daar heb ik enorm veel opgestoken over de ziekte en de behandeling.'

'Die bestaat erin dat de artsen mijn toestand nauwlettend in het oog houden en me telkens wanneer het nodig is opnieuw opereren. Zes keer ben ik nu al aan de blaas geopereerd. En eerder dit jaar ook aan mijn longen, omdat gevreesd werd voor uitzaaiingen - gelukkig bleek die vrees voorlopig onterecht. Daarnaast heb ik drie keer een chemokuur gevolgd. Die moet de groei van de gezwellen afremmen. Als de poliepen agressief worden, zouden ze mijn blaaswand aantasten en dan zou mijn hele blaas weggehaald moeten worden. Maar dankzij de zorgvuldige controles en de operaties zijn we de ziekte telkens te vlug af. Ik heb goede hoop dat we de kanker onder controle houden.'

'Misschien is het iets familiaals. Ik heb nooit gerookt en nooit gewerkt met chemische producten. Maar ik heb wel een aantal familieleden die kanker hadden of hebben. Een aantal ooms en andere familieleden hadden of hebben blaaskanker. Bij een van hen is de blaas wel weggehaald. Nu gaat het weer beter met hem - tenminste, dat hoor ik via-via, want ik ben zelf eigenlijk te laf (lacht) om hem op te bellen en de ziekte te bespreken. Niet dat ik het onderwerp vermijd, maar ik hoef nu ook weer niet tot in de kleinste details te weten hoe het mij zou kunnen vergaan.'

'Hout vasthouden, maar voorlopig zijn de effecten op mijn leven toch vrij beperkt. Ik voél me ook niet een zieke man. Ik kan reizen en blijven optreden. Professioneel bezig blijven, dat is werkelijk een godsgeschenk. Muziek maken, creatief bezig zijn geeft mij veel voldoening en moed. Tijdens optredens vlak na een operatie moet ik wel een plaspauze inleggen, maar ik stel de playlist zo samen dat het publiek daar nauwelijks iets van merkt (lacht). Ook privé blijf ik plannen maken. Vanaf volgend jaar willen we deeltijds in ons buitenhuisje in Frankrijk wonen. Een heerlijk perspectief.'

'Die operaties, tja, die zijn nu eenmaal een fact of life. Maar tegenwoordig moet ik na de operatie nog amper twee dagen in het ziekenhuis blijven. Natuurlijk is het dan een weekje pijnlijk: plassen voelt enorm branderig aan. Maar pijn went, weet je. Je weet uit ervaring hoe het is en je kan er steeds beter mee omgaan. Ach, zeuren en jammeren helpt niet. Mijn vader, een meubelmaker, was een stille, wijze man. Van hem heb ik de idee dat we blij en dankbaar moeten zijn met alles wat het leven ons geeft. Mag ik tot slot mijn respect uitdrukken voor artsen en verplegend personeel? Ze doen het schitterend. Ik ben een medisch succesverhaal, toch?'

Naar het verhalenoverzicht