Kanker fysiek en mentaal overwinnen. Gitte Vangheluwe beklom de Gran Paradiso
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Samen met vier ex-kankerpatiënten en drie begeleiders van het Antwerpse Middelheimziekenhuis beklom Gitte Vangheluwe (45), die behandeld werd voor borstkanker, de Gran Paradiso, Italiës hoogste berg. De expeditie was de afsluiter van het revalidatieprogramma Herstel & Balans van het Middelheimziekenhuis. Voor Gitte was het een droom die uitkwam, al had ze nooit kunnen denken dat ze zich als ex-kankerpatiënte nog aan zo'n onderneming zou wagen.
Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 28, oktober 2005
Samen met de vier andere deelneemsters kreeg Gitte gedurende twee maanden een doorgedreven training om zich voor te bereiden op de tocht naar de Gran Paradiso, 4.061 meter hoog. Ook dokter Koen De Boeck, kinesiste Livia Mertens en sociaal begeleidster Micheline Van Bosch namen aan de expeditie deel. Op 11 juni 2005 trok het gezelschap richting Italië. Omdat het weer wat tegenviel deden ze eerst wat voorbereidende bergwandelingen en leerden ze onder leiding van twee gidsen op de rotsen klauteren. Uiteindelijk was het zover: het stopte met regenen, de lucht klaarde op, hoog in de bergen vroor het en de Gran Paradiso lonkte.
Op donderdag vatten ze de eerste etappe aan, richting top. 'Dat was spannend', vertelt Gitte. 'We wandelden door een prachtig, stil natuurgebied en zagen de berg al. Hij leek heel dichtbij. We voelden het kriebelen. We wilden zo snel mogelijk boven staan. Ik voelde me fantastisch. Op vrijdag, de grote dag, moesten we al om 3u 's morgens uit bed. Dat viel minder goed mee. Ik was nog doodop en had bovendien stekende hoofdpijn. Desondanks bleef de drang groot om op pad te gaan en de top te bereiken. In de donkere nacht liepen we met lampjes op ons voorhoofd allemaal achter elkaar in de voetstappen van de gids. Je zag nauwelijks iets, je probeerde alleen het spoor voor je te zien. Toen kwam de zon op. Licht begon te schijnen achter de bergen. Dat was echt een uniek gevoel dat moeilijk te beschrijven is. Ik besefte: "We zijn onderweg. We gaan ervoor." Toen kwamen we aan de gletsjergrens en trokken we onze stijgijzers aan. Dat was indrukwekkend. Ondertussen waren er twee vrouwen van onze groep heel hard aan het vechten om boven te raken. Ze waren enorm moe en één van hen had een zere knie en dikke enkels. Maar ze heeft gevochten tot de laatste snik om er te geraken. Zelf had ik nog steeds bonkende hoofdpijn en mijn keel voelde twee maal zo dik aan als normaal. Van onze gids kreeg ik een middeltje tegen hoogteziekte, dat de pijn wat verzachtte. We raapten al onze moed bijeen en stapten verder.
Uiteindelijk, op 150 meter van de top, mochten we onze rugzakken achterlaten. Ook al leek het helemaal niet meer zover, toch waren de klimmers die we boven zagen staan nog steeds maar een speldenkop groot. Met onze ijspikkels in de hand zijn we de strijd met de top aangegaan, terwijl de gidsen ons aanmoedigden. Met de top in zicht fleurde ik helemaal op. In mijn hand droeg ik het mascottebeertje dat ik van één van de thuisgebleven deelnemers van Herstel & Balans had meegekregen. Ik dacht aan de mensen op het thuisfront en hoorde hun aanmoedigingen in mijn hoofd: "Komaan, je kunt het, stap voor stap, jij haalt de top." De laatste meters waren de ergste. We moesten stijl omhoog langs de rotswand. Nadat ik mijn ijspikkel in de sneeuw had geslagen, trok ik me op en toen waren we er. Boven op de top gingen we dicht bij elkaar zitten. Tranen sprongen in mijn ogen, terwijl we elkaar knuffelden en feliciteerden. Dokter Koen had een klein flesje champagne mee naar boven gedragen en daar namen we allemaal een slokje van.'
'Tijdens de tocht heb ik niet aan kanker gedacht, maar op de top deed ik dat wel. Ik vond het geweldig dat we het allemaal hadden gehaald. We waren ziek geweest, hadden zoveel miserie doorworsteld, positieve en negatieve ervaringen opgedaan en stonden nu samen op de hoogste berg van Italië. We hadden "onze berg" met succes getrotseerd. Dat was een intens, magistraal moment. Toen we de tocht naar beneden opnieuw hervatten, bleef dat gevoel bij mij.'
'Die beklimming toont veel gelijkenissen met kanker krijgen. We wisten niet precies wat ons te wachten stond en moesten ons overgeven aan onze gidsen. Zij hadden ervaring en kennis, net zoals de dokters die ons behandeld hebben. Zij namen ons mee naar boven, in het donker, door regen en sneeuw. Wij vertrouwden hen volkomen. We hingen daar, voor de veiligheid met elkaar verbonden, met andere klimmers, lotgenoten, en we ervoeren het groepsgevoel, de hulp, de aanmoedigingen. Na de afdaling vonden we beschutting in een warme, gezellige berghut, waar we samen konden bekomen en bijpraten over alles wat we hadden meegemaakt, de mooie en de negatieve ervaringen. Zo is het ook met kanker. Kanker is iets heel negatiefs, maar het heeft ook positieve aspecten: de hulp, de warmte en de steun die je van anderen krijgt is ongelofelijk en het leert je het kleine opnieuw te appreciëren en onbenulligheden te relativeren.'
Psychiater Edel Maex: 'Gran Paradiso is een symbool voor de vele kleine bergen die kankerpatiënten elke dag overwinnen'
Aan liaison-psychiater Edel Maex van het Middelheimziekenhuis in Antwerpen vroegen we wat mensen drijft om na een ziekte als kanker een zware inspanning als de beklimming van de Gran Paradiso te leveren.
Edel Maex: 'Mensen hebben twee belangrijke emotionele noden: autonomie én verbondenheid. Kanker is een ziekte die je autonomie erg aantast. Tijdens de chemotherapie bijvoorbeeld moet je je autonomie volledig opgeven. Je levert je over aan de dokters die je vergif toedienen dat je doodziek maakt. Zelf kan je op dat moment weinig bijdragen. Pas na de behandeling kan je je lot opnieuw zelf in handen nemen. Dat is best moeilijk, want je bent moe en uitgeput. Dat is dus ook een berg die je op moet. Voor de deelnemers aan de beklimming van de Gran Paradiso is die onderneming een bevestiging van het feit dat ze hun autonomie aan het terugwinnen zijn, dat ze zelf weer stappen kunnen zetten.'
'Bovendien hebben ze die tocht niet alleen gemaakt, maar met lotgenoten. Dat schept samenhorigheid en verbondenheid. Autonomie en verbondenheid staan in zo'n onderneming heel centraal. Ook het feit dat er gewone klimmers aan deelnamen heeft een positief effect op patiënten. Dat geeft symbolisch aan dat ze er weer bijhoren, dat hun ziekte hen niet heeft uitgesloten uit de "gewone" maatschappij.'
Niet iedereen kiest voor extreme fysieke prestaties zoals het beklimmen van een berg. Toch nemen mensen na kanker vaak belangrijke beslissingen: ze ondernemen verrassende activiteiten, leggen oude ruzies bij of stoppen met roken bijvoorbeeld.
Edel Maex: 'Wie kanker heeft doorgemaakt, wil de draad van zijn gewone leven weer oppakken. Tegelijkertijd zie je dat mensen bijna automatisch hun prioriteitenlijstje herschikken. Wie tot dan erg actief was en deelnam aan de ratrace, heeft nu het gevoel dat hij geleefd werd en gaat zich afvragen wat hij zelf echt belangrijk vindt. Mensen gaan dan meer aandacht besteden aan hun gezin of ze bewaken hun grenzen beter, zodat ze minder stress hebben. Ze willen meer verbondenheid. Wie zichzelf weggecijferd heeft en vooral veel voor anderen heeft gezorgd, gaat nu tijd voor zichzelf opeisen en de eigen behoeften meer op de voorgrond plaatsen. Deze mensen willen meer autonomie. Op die manier brengen ze allebei de balans meer in evenwicht. Mensen willen terug staan waar ze stonden, maar dan wel op een andere, evenwichtiger manier.'
Hoort het verleggen van grenzen ook bij dat proces?
Edel Maex: 'Grenzen maken deel uit van de berg. Na kanker is je lichaam veranderd. Door revalidatie kan je je conditie herstellen en je grenzen stilaan verleggen. Maar hoever wil of kan je die grens leggen? Voor sommige patiënten is een dag naar zee al een enorme onderneming. Zelfs opnieuw zelf de trap op kunnen kan voor iemand al een enorme "berg" zijn. Ook al beklimt niet iedereen de Gran Paradiso, voor heel wat patiënten is zo'n berg een symbool voor de vele "kleine" bergen die ze elke dag opnieuw moeten overwinnen.'



