Christine Lafaille over chemotherapie: tussen wanhoop en vertrouwen
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer van Leven.
Meer lezen
- Chemotherapie. Infobrochure voor kankerpatiënten en hun familie: meer uitleg over chemotherapie: werking, verloop van de behandeling, cytostatica en over hoe verschillende nevenwerkingen op te vangen (o.a. misselijkheid en braken, mond- en keelproblemen,...). De brochure is te lezen, af te drukken of te bestellen via de pagina Publicaties
Negen jaar geleden kreeg Christine Lafaille (48) borstkanker. Ze vocht en overwon. Jaren bleef ze "kankervrij". Tot de kanker drie jaar geleden weer opdook. Christine vocht terug, tegen de kanker én tegen de chemotherapie die ze nodig had. Ze schreef er ook een boek over.
Tekst: An Van de Velde, uit Leven 27, juli 2005
'Je denkt, dat overkomt mij geen tweede keer', steekt Christine Lafaille van wal, 'voor mij was kanker verleden tijd. Tot ik drie jaar geleden pijn kreeg in mijn heup. Een ontsteking, dacht ik, en mijn huisarts bevestigde dat. Of een hernia. Ik sta in het onderwijs en daar komen hernia"s veel voor. Maar de pijn werd erger. Zo is het beginnen te sluimeren. Uit onderzoek bleek dat de kanker inderdaad terug was. De kankercellen hadden zich verspreid tot in mijn botten. Dat was een bom die insloeg.'
Om de kankercellen te lijf te gaan, had Christine chemotherapie nodig. Negen jaar geleden was ze daaraan "ontsnapt". Ze verloor toen een borst en ze kreeg radiotherapie.
Christine Lafaille: 'Oef, ik hoef geen chemo, dacht ik toen. Om een of andere reden is radiotherapie beter te hanteren. Je weet dat je er doorgaans niet ziek van wordt. Chemo blijft toch wel iets dramatisch. Het roept beelden op van chemische toestanden, vies spul in je lichaam. Beangstigend. Je weet niet wat je te wachten staat. Je weet alleen dat je er in eerste instantie alleen maar zieker van wordt.'
Bang
Om het allemaal een plaats te kunnen geven, schreef Christine haar relaas neer in een dagboek. Haar boek ligt vandaag in de boekhandel. Zo wil ze chemotherapie beter bekend én bespreekbaar maken.
Christine Lafaille: 'Vrienden vroegen me soms: hoe gaat dat, lig je dan in een bunker? Je ligt gewoon op een bed of je zit in een zetel met een infuus in je arm, waardoor de geneesmiddelen naar binnen sijpelen. Op het moment zelf voel je daar weinig of niets van, de misselijkheid en de vermoeidheid komen pas later. Ik kreeg meestal chemo op donderdag. De eerste 24 uur voelde ik me nog redelijk. Dan begon het. De kleinste inspanning was er één te veel. Eten smaakte niet, ik had nergens zin in. En dat duurde het hele weekend. Ik had ook last van constipatie. Veel water drinken, pompte ik mezelf in, én bewegen. Makkelijk gezegd, als de trap oplopen al zo"n opgave is. Dan zeg je snel: ik blijf liggen. Maar als je daaraan toegeeft, zak je nog dieper weg. Ik heb mezelf gedwongen om dagelijks een ommetje te maken. Al was het maar van de zetel naar de badkamer en terug.'
Vooral de misselijkheid en de vermoeidheid vielen Christine zwaar. Maar het ergste, zegt ze, was de angst: 'Weer een fase verder in de behandeling, een stapje dichter bij de dood. Je bent bang voor van alles en nog wat, zeker in het begin. Je bent bang als je pijn voelt, bang omdat je kanker in je lichaam hebt, bang voor de dood. Alleen al het feit dat je bang bent, is beangstigend.'
Praten en bezig blijven
Om stand te kunnen houden, moet je over je ziekte praten. Die goede raad wil Christine iedereen geven. En ook: zorg dat je betrokken blijft bij het leven.
Christine Lafaille: 'Negen jaar terug heb ik ervaren dat mensen wegbleven. In eerste instantie verweet ik hén dat. Maar eigenlijk lag het ook wel een beetje aan mij. Mijn gejammer schrok veel mensen af. Het ís ook niet gemakkelijk. Je bent in shock en daar moet je mee leren omgaan. Ik kan er nu over praten en ik raad het ook iedereen aan. Ik wil dat het leven gewoon doorgaat. Ook al weet ik dat kanker vanaf nu een ongenode reisgenoot is in mijn leven. Mijn vriendin Mies noemt hem "de zwarte stalker". Hij bepaalt wanneer hij in je leven komt en blijft je achtervolgen. En daar heb ik niks aan te zeggen.'
Gedurende de zes maanden dat de behandeling duurde, is Christine blijven lesgeven. Dat kon door het flexibele uurrooster op school, maar vooral door haar eigen gedrevenheid.
Christine Lafaille: 'Het was zwaar, maar ik had dat lesgeven nodig. Ik wilde mezelf en mijn kinderen de boodschap geven: het leven gaat door. In het begin vond ik het wel moeilijk, omdat ik mijn collega"s en mijn studenten confronteerde met kanker. Want het wás zichtbaar. Mijn haar werd dunner, ik was mager en bleek en ik had een doffe blik in mijn ogen. Maar ik heb heel veel steun gekregen op school. Ik ben blij dat ik het heb kunnen volhouden. En ik raad het alle mensen aan. Zoek een houvast. Dat kan ook een hobby zijn, een dagelijkse wandeling,. Probeer ritme te geven aan je leven zodat je iets hebt om naar uit te kijken.'
Niet meer te genezen
Intussen is de kanker opnieuw "onder controle". Christine geeft weer voltijds les en elke week gaat ze als vrijwilligster van de VLK in het ziekenhuis praten met kankerpatiënten.
Christine Lafaille: 'Momenteel voel ik me goed, ook al weet ik dat ik niet meer kan genezen. De dokters gaan ervan uit dat er nog wel ergens in mijn lichaam minuscule kankercellen aanwezig zijn. De ziekte is onder controle en dat kan jaren duren. Vijf jaar? Tien jaar? Langer? Ik maak mezelf niets wijs. Ik besef heel goed dat de kanker ooit zal terugkomen. Het heeft maanden geduurd, maar ik heb het aanvaard. Vandaag kan ik zeggen: "Oké, ik heb kanker." Kanker is een deel van mijn leven geworden, zoals mijn koppig karakter. Natuurlijk blijft het moeilijk. Ik bén soms verdrietig. En ja, dood maakt me soms bang, zeker als ik aan mijn kinderen denk. Zie ik hen nog opgroeien? Zal ik mijn kleinkinderen ooit zien? Maar ik probeer toch vast te houden aan een positieve gedachte. Ik maak nog altijd toekomstplannen en ik blijf ervoor vechten. Ik moet en ik zal. Voor mijn partner, voor mijn kinderen, voor mezelf.'
Chemotherapie: praat erover!
Chemotherapie is de behandeling van kanker met medicijnen. Die medicijnen of "cytostatica" komen - meestal via een infuus in de arm - de bloedbaan binnen en werken als een soort gif dat de kankercellen vernietigt. Oncologe Sylvie Rottey (UZ Gent) licht toe.
Bedoeling van chemotherapie
Andere mogelijke behandelingen van kanker, zoals chirurgie (operatie) en radiotherapie (bestraling), vernietigen of beschadigen kankercellen op een specifieke plaats, terwijl chemotherapie in het hele lichaam werkt. Chemotherapie kan kankercellen vernietigen die zich verspreid hebben in andere delen van het lichaam.
Sylvie Rottey: 'Chemotherapie kan curatief gebruikt worden - om kanker te genezen - maar ook in palliatieve context. Mensen panikeren soms als de term "palliatieve chemotherapie" valt, maar het is geen stervensbegeleiding. Zodra er uitzaaiingen zijn, kunnen we niet meer beloven dat we kunnen genezen. Maar chemotherapie kan wel de levensduur aanzienlijk verlengen. Niet altijd, jammer genoeg, maar je hebt veel kans om nog lang te leven.'
Bijwerkingen
Chemotherapie gaat de kankercellen te lijf, maar tast ook gezonde cellen aan. Mogelijke bijwerkingen zijn: vermoeidheid, misselijkheid en braken, haarverlies, constipatie, diarree,. Na de behandeling verdwijnen de klachten meestal weer, en gelukkig krijgt niemand die klachten allemaal.
Sylvie Rottey: 'De bijwerkingen verschillen van persoon tot persoon. Ze zijn ook afhankelijk van de soort chemotherapie, de dosis en de duur van de behandeling. Sommige nevenwerkingen, zoals misselijkheid en braken, kunnen we met nieuwe medicijnen fel verminderen. Een belangrijke evolutie. Vroeger lag de nadruk vooral op de therapie zelf, vandaag is er ook oog voor de levenskwaliteit tijdens de behandeling.'
De meest voorkomende klacht vandaag is vermoeidheid. Ze kan veroorzaakt worden door de ziekte zelf, door de behandeling of door tal van andere factoren.
Sylvie Rottey: 'Chemotherapie kan het beenmerg vernietigen, waardoor de productie van bloedcellen afneemt. Als je lichaam te weinig rode bloedcellen aanmaakt, krijg je bloedarmoede en ben je duizelig en moe. Ook dan kunnen we met medicijnen preventief ingrijpen zodra het aantal rode bloedcellen begint te dalen.'
Communicatie
Veel patiënten zijn bang voor chemotherapie. Daarom is het belangrijk dat u goed geïnformeerd bent over wat er gaat gebeuren, over de mogelijke bijwerkingen en wat u kan doen.
Sylvie Rottey: 'Uit studies blijkt bijvoorbeeld dat 70 tot 90% van de patiënten vermoeidheid noemt als voornaamste klacht, maar amper 50% heeft dat ook aangekaart bij een zorgverlener. Bespreek je klachten. Dat betekent ook dat je als patiënt moet durven. Praat met je dokter, met de verpleegkundigen over lichamelijke klachten, over je angst. Ook familie en vrienden kunnen veel steun bieden. Je eigen karakter speelt natuurlijk een rol, maar als je een sterk sociaal netwerk hebt, kan je alles beter opvangen.'
En als persoonlijke noot voegt dokter Rottey nog toe: 'Ik heb bewondering voor vrouwen als Christine Lafaille. Ik vind het treffend wat ze zegt: dat ze het moeilijk had om haar collega"s te confronteren met kanker. Niet voor zichzelf, maar omdat ze mensen in verlegenheid bracht en hen dwong bezig te zijn met die ziekte. Een sterke vrouw. Voor je zoiets zegt, heb je echt al een enorme weg afgelegd. Maar ze neemt ook tijd om stil te staan. Dat ze soms verdrietig is, dat is ook de realiteit. Iedereen heeft ups en downs. Als het even niet gaat, moet je dat ook kunnen ventileren en je daar vooral niet voor schamen.'



