LinksSitemapContact
U bent hier:

Als jongere een ouder verliezen (2). Isabelle: 'Soms droom ik dat ik mijn mama zie en met haar praat'

Als jongere een ouder verliezen

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Isabelle (13): 'Soms droom ik dat ik mijn mama zie en met haar praat

Isabelle verloor haar mama aan baarmoederkanker. Ze ging vaak mee naar het ziekenhuis en mocht iedereen alles vragen. Toch praatten zij en haar mama niet over doodgaan, ook al wisten ze allebei dat ze niet meer beter kon worden.

Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 36, oktober 2007

Isabelle was tien toen haar mama, die alleenstaand was, ziek werd. 'Ik wist niet precies wat kanker was,' vertelt Isabelle. 'Ik dacht dat je dat kreeg van roken, maar mijn mama rookte of dronk niet. Ik begreep eerst niet hoe mijn mama kanker kon krijgen.' Isabelles mama werd bestraald en kreeg chemotherapie. Isabelle ging vaak mee naar het ziekenhuis. 'In het begin had ik veel vragen', zegt Isabelle. 'Over bestraling bijvoorbeeld, wat dat precies was. Dan legden de verpleegsters mij dat uit en ik schreef het op een blad. Ik mocht alles vragen. Ze zeiden nooit: 'Dat snap je toch niet'. Ik was graag bij mama in het ziekenhuis. Soms wandelden we in de tuin, ik met mama in haar rolstoel. Dan praatten we veel, over vroeger vooral.'
Na de behandeling ging het even beter met Isabelles mama, maar al gauw ging het weer bergaf. 'Toen mama niet meer beter kon worden', zegt Isabelle, 'heeft de dokter dat eerst aan mijn oudere zus verteld. Mijn zus stuurde mij naar de winkel, omdat zij alleen met mama wou praten. Ik dacht dat ze het erover hadden dat mama weer naar het ziekenhuis moest. Maar toen ik thuis kwam, zag ik dat ze allebei geweend hadden. Mijn zus zei dat ik moest gaan zitten en toen heeft ze het ook aan mij verteld. Ik heb toen veel verdriet gehad.'
Eerst kwam er thuiszorg aan huis. 'Als de thuiszorg niet kwam, ging ik niet naar school', zegt Isabelle. 'Eigenlijk had ik best vaker willen thuisblijven. Maar uiteindelijk moest mama terug naar het ziekenhuis. Dan ben ik gaan logeren bij een buurvrouw en een tijdje later ben ik in een pleeggezin gaan wonen.'

Boos weglopen
'Toen mama nog thuis was, belde ik soms zelf naar de dokter', zegt Isabelle. 'Dan legde hij mij uit wat er scheelde. Met mama sprak ik niet over alles. Als ze zich slecht voelde en naar de dokter ging, vroeg ik hoe het was geweest. 'Is het erg?', vroeg ik dan. Als ze ja zei, zweeg ik. Als ze nee zei, vroeg ik wat het was geweest, buikpijn of zo? Toen ze steeds zieker werd, ging ik snel naar school wanneer de dokter toekwam. Soms wou ik niet alles horen. Over doodgaan hebben mijn mama en ik nooit gepraat.'
'Elk weekend ging ik naar het ziekenhuis. Soms bleef ik slapen. Dan deden we veel samen: lezen, puzzelen, televisie kijken of een halsketting maken. Of ik kamde haar haar. Zo probeerde ik mama te troosten. Voor haar verjaardag had ik een kaart gemaakt. Toen ging het al heel slecht met haar: ze kon niet meer praten, eten of drinken. Toen ik in september op een dag thuiskwam van school, was ik blij omdat ik er naar uitkeek om haar te bezoeken. Maar mijn pleegvader nam me mee naar boven en vertelde me dat ze gestorven was. Toen was ik erg boos. Ik wou weglopen. Ik had echt verwacht dat ze mij op school zouden bellen als mijn mama aan het sterven was. Maar dat hebben ze niet gedaan, omdat ze bang waren dat ik in paniek zou raken. Toch was ik er liever bij geweest toen mama stierf.'
'Ik heb haar die dag nog in het ziekenhuis gezien en op de begrafenis heb ik samen met mijn zus een gedicht voor haar gelezen. Dat had ik zelf geschreven. Ik ben beginnen schrijven, toen mijn mama dood was. Als ik mijn woede niet kon uiten, schreef ik erover in mijn boek. Ondertussen schrijf ik over van alles en nog wat, over leuke en minder leuke dingen in mijn leven, maar ook nog over mama. Als ik 's avonds niet kan slapen, kijk ik naar foto's of dan haal ik mijn herinneringendoosje boven. Daar zitten veel spulletjes van vroeger in: een knuffeltje, de gsm van mijn mama en de sleutel van mijn dagboek bijvoorbeeld.'

Met mama praten
'Toen mama pas gestorven was, had ik het moeilijk om mij op school te concentreren. Elk jaar in september heb ik daar opnieuw last van', zegt Isabelle. 'Daarna gaat het over. Ik volg nu de richting verzorging in het beroepsonderwijs. Ik wil graag verpleegster worden. Dan kan je helpen om mensenlevens te redden. In die eerste tijd was ik soms ook wel chagrijnig of boos. Ik wist dan zelf niet waarom. Bij mijn oudere zus kan ik altijd wel terecht. Zij antwoordt altijd als ik vragen over mama heb. Met papa, die ik elke maand bezoek, kan ik niet over haar praten. Hij heeft zelf teveel verdriet.'
Het pleeggezin waar Isabelle woont is een nieuw samengesteld gezin met twee meisjes van twaalf en een jongen van negen. 'Als het niet goed met me gaat, kan ik daarover praten met mijn pleegmama,' zegt Isabelle. 'En Bertram en Kirsten zijn hun mama verloren toen ze zou bevallen van een kindje. Soms vraag ik wel eens of ze hun mama missen. 'Na een tijd mindert dat', zeggen ze dan. Maar zij waren heel wat jonger toen hun mama stierf.' Isabelle heeft mooie herinneringen aan haar mama en soms is het alsof ze droomt: 'Dan zie ik haar en vertel ik haar alles. Ik praat vaak met haar, want ik weet dat ze er nog is. Sommige mensen dachten dat ik te jong was om het alleen te verwerken. Ze gingen ervan uit dat ik daar iemand anders bij nodig had. Maar dat vind ik zelf niet. Ik doe het liever alleen en dat is mij gelukt.'