Sabine De Vos overwint twee keer baarmoederhalskanker
Infopakket Ouders met Kanker
De VLK heeft informatiemateriaal voor ouders met kanker:
- een brochure Als u als ouder ziek wordt. Met kinderen praten over kanker,
- een (voor)leesboekje Mama heeft kanker, voor kinderen tot 9 jaar,
- een website www.kankerspoken.nl, voor kinderen vanaf 6 jaar. Met een forum waar kinderen met elkaar kunnen chatten.
Het materiaal is gebundeld in twee infopakketten: één met een leesboekje, één zonder. Pakket 1 is bedoeld voor ouders met jonge kinderen (-9 jaar), pakket 2 voor ouders met alleen kinderen ouder dan 9 jaar. Het infopakket is gratis. Bestellen kan op tel. 02/227.69.69, via e-mail vl.liga@tegenkanker.be, of bij de sociale dienst van uw ziekenhuis. Gelieve te vermelden of u infopakket 1 of 2 wenst.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Twee keer het verdict "kanker", drie operaties, een loodzware behandeling en moeder die overlijdt: van de zomer van 2004 tot het afgelopen voorjaar voltrok zich voor schrijfster-presentatrice Sabine De Vos een langgerekt annus horribilis. Maar alle ellende slaagde er niet in de pretlichtjes in de ogen van De Vos te doven: "Het hoofdstuk van tristesse is afgesloten. Weg daarmee!"
Tekst: Marc Peirs, uit Leven 32, oktober 2006
"Op de gezegende leeftijd van 38 zit ik al in de menopauze (glimlacht). In drie operaties is alles wat van ver of dichtbij rond de baarmoeder ligt, weggehaald. Ik heb twee zoontjes maar wou graag nog twee kinderen. Weten dat het nooit meer kan, was een zware klap. Ook voor mijn vriend Erwin was het een mokerslag: stel je voor, de vrouw met wie je kinderen wil, kan er geen krijgen. Dat is triest. Maar we kunnen het behoorlijk filosofisch benaderen. Naar het voorbeeld van de Engelsen: it was not meant to be, het mag niet zijn. Maar ik bén hier, en nu gaat het goed met me - want dát is wel anders geweest."
"In de zomer van 2004 voelde ik "iets" in mijn buik duwen. Dan weet je dat het niet snor zit. Er kwamen twee operaties van. Een tumor zo groot als een tennisbal werd verwijderd. Tegelijkertijd moesten de artsen een boel andere dingen uit mijn lijf snijden. Weg kinderwens, van de ene dag op de andere. "Maar ik ben van de tumor af", dacht ik. Hoopte ik. Tevergeefs."
"In december vorig jaar was de kanker terug. Alle hens aan dek: eerst een nieuwe operatie, dan het hele pakket van chemotherapie en bestraling. Dat was..de hel. Misselijk, ziek, kokhalzend bij de geur van mijn eigen huis. We hebben zelfs aromatherapie moeten doen in onze woning. Slapen? Lukt niet. Eten? Nauwelijks. En permanent geplaagd door diarree. Ik had niet de fut om zelfs maar een boek te lezen. Op een dag zei ik tegen Erwin: "Hoe erg het voelt? Wel: áls ik de kracht zou hebben om me uit bed te slepen, dan zou het zijn om me uit het raam te gooien." Kortom, een hoopje ellende was ik, huilend in de sofa."
"De dokter was er zelf verbaasd over hoe erg de bestraling en chemo mij toetakelde. Kan je nagaan wat een periode ik achter de rug heb. Eerst de twee operaties in 2004. Twee maanden nadien is mijn moeder gestorven. Dat heeft me mentaal méér onderuit gehaald dan het feit dat ik kanker had. Daarna kwam de kanker weer en moest ik opnieuw onder het mes. En een week later moest ik nog eens het ziekenhuis in voor een spoedbehandeling tegen netelroos, die in mijn geval dodelijk kon zijn. Toen ik aan de bestraling en chemo begon, was ik dus danig verzwakt en uitgeput."
"Volgens plan moest ik zes keer chemo krijgen. Maar na de vierde keer heb ik de dokter gezegd dat ik ermee kapte. Het ging écht niet meer. Nog liever wou ik een doodvonnis horen dan nog eens de behandeling te ondergaan. De arts was het met de beslissing eens. Ik had al voldoende binnen om de medicatie effectief te maken. Bovendien konden we simpelweg niet doorgaan met chemo: ik had te weinig witte bloedlichaampjes. De bestraling heb ik wel tot het eind doorgezet: zowat veertig keer."
"Je láát je leven tijdens je behandeling. Zei Erwin dat het tijd was om naar het ziekenhuis te gaan, dan gingen we. Vond hij dat het tijd was om me te wassen, liet ik me wassen. Het kan je eigenlijk allemaal niks meer schelen. Tot je weer een toekomst ziet. Bij mij was dat op een heldere winterdag eind februari. Aan de arm van Erwin kon ik tot aan het eind van de tuin strompelen. Ik zag het landschap en begon te huilen van blijdschap: "Het ergste is voorbij", dacht ik. Vanaf toen kon het enkel beter gaan."
"Het klinkt misschien een beetje dwaas of trots, maar toch: ik ben gelukkig dat ik niet kaal ben geworden. Je weet dat elke kankerpatiënt een heel eigen, specifieke chemo-cocktail moet innemen. Met de mijne had ik volgens de dokter maar één kans op honderd om mijn haar te verliezen. Als je al zo hard wordt geraakt in je vrouwelijkheid, is je haar behouden iets om blij mee te zijn."
"De steun van collega"s en publiek, nog zoiets waar ik me kan aan optrekken. Ongelooflijk hoeveel kaartjes en mailtjes ik heb gekregen. Toen ik de eerste keer kanker had, heb ik dat stilgehouden. Maar de tweede keer heb ik open kaart gespeeld. In mijn column in Dag Allemaal beschreef ik mijn ziekteproces. Na de behandeling heb ik een week lang interviews gegeven (lacht). Ik heb het me geen seconde beklaagd. De lieve steun van zoveel aardige mensen was het meer dan waard. Het heeft in "BV-land" zo lang geduurd vooraleer men over kanker durfde te praten. Het was een taboe, omgeven door mysteries en geheimen. Absurd eigenlijk, want er is toch geen enkele familie meer waar niémand ooit kanker heeft gehad?"
"Ook tegenover de kinderen hebben Erwin en ik heel open over de ziekte gepraat. Wat is een kankercel en wat doet die, wat gaat er met mama gebeuren..we hebben dat allemaal goed uitgelegd. Er bestaan overigens prachtige voorlichtingsbrochures voor wie de kinderen wil inlichten (zie kader, nvdr). We hebben er wel altijd bij verteld: "Máár, alles komt weer goed met mama!" De kinderen hebben de zwarte periode zonder kleerscheuren doorstaan. Vragen stelden ze niet, maar ze brachten me wel een dekentje, of een toefje puree.superlief. Net als Erwin, die me met engelengeduld heeft verzorgd. En zoveel vrienden en vriendinnen die eens langskwamen, een sms"je stuurden. Dit is mijn oproep: ken je een zieke mens, laat die niet vallen! Je hoeft niet bang te zijn! Solidariteit met de zieke is zo enorm belangrijk. Ik weet wel zeker dat er mensen zijn die puur uit eenzaamheid kraken onder de ziekte."
"Kanker, dat is rood alarm. Tijdens je ziekte moet je alle viezigheid nemen die de geneeskunde in petto heeft (lacht). Dan moet er niemand komen aandraven met alternatieve middeltjes. "Tien druppeltjes zus en vijf druppeltjes zo", nee hoor, dat is onzin. Na mijn behandeling ben ik wel naar een bevriende homeopathische arts getrokken voor een hele reeks kuren om aan te sterken, voor de spijsvertering en tegen spierpijn - want dat heb ik ook (lacht). Rust nemen? Neen, dat lukt niet zo goed. Ik ben weer met allerlei projecten bezig en slechts onder dwang doe ik wel eens een middagdutje (lacht). Ik ben een bezige bij, maar nog steeds ben ik meestal één dag per week knock-out. Langzamerhand vind ik mijn energie terug."
"Ik ben er totaal niet mee bezig of de kanker terug kan komen. Of je nu bang bent of niet, of je zwartkijker bent of optimist, kanker kan iedereen krijgen. Na de behandeling helpt een positieve attitude wel om snel weer in het volle leven te staan. Hoe slecht ik me ook heb gevoeld, voor mij is de ziekte een afgesloten hoofdstuk. Weg daarmee!"



