LinksSitemapContact
U bent hier:

Schrijver Jos Vandeloo: Het Gevaar voorbij

Prostaatkanker

De meest toegepaste behandelingen van prostaatkanker zijn een operatie (chirurgie), bestraling (radiotherapie) en hormonale therapie. In bepaalde gevallen is afwachten hoe de kanker evolueert eveneens een mogelijkheid.
Als bij prostaatkanker voor bestraling gekozen wordt, kan dat uitwendig of inwendig. Bij uitwendige bestraling wordt bestraald vanuit een machine buiten het lichaam; meestal moet de patiënt een aantal weken lang dagelijks een paar minuten bestraald worden. Bij inwendige bestraling, ook brachytherapie genoemd, wordt materiaal dat bestraling produceert, rechtstreeks ingebracht in de prostaat. Die radioactieve zaadjes geven daar een hoge dosis straling af.
Uitwendige straling maakt u niet radioactief; er is dus geen gevaar voor mensen uit uw omgeving. Bij inwendige bestraling ligt het soms anders: bij de permanente implantatie van radioactief materiaal (zoals bij Jos Vandeloo) blijft u zelf een beetje radioactief gedurende meerdere weken. Maar omdat de radioactieve zaadjes enkel in hun onmiddellijke omgeving straling afgeven (enkele millimeter ver), is er ook bij dit type inwendige bestraling geen gevaar voor de mensen uit uw omgeving; al zal de radiotherapeut meestal aanraden om uit de buurt van kleine kinderen en zwangere vrouwen te blijven. Na verloop van tijd verliezen de zaadjes hun radioactiviteit.
Meer info staat in de brochures "Meer weten over prostaatkanker' en 'Radiotherapie'. U kan die hier lezen en afdrukken. Ze zijn ook gratis verkrijgbaar op tel. 02/227.69.69 of per e-mail: vl.liga@tegenkanker.be (voor- en familienaam, adres en telefoonnummer vermelden + de titel van de brochure).

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Ooit waarschuwde hij visionair voor het risico van kernenergie in zijn succesroman Het Gevaar. Nu, meer dan 40 jaar later, vertelt auteur Jos Vandeloo (80) met ogen die twinkelen van plezier hoe het echte leven de schrijver ontmoette: "Uitgerekend ik dank mijn leven aan een therapie met radioactiviteit".

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 32, oktober 2006

"Nooit was ik ziek geweest. Mijn bloeddruk is al jarenlang stabiel. Iedereen zei: "Jij wordt honderd jaar!". Ik dacht: mij kan niets gebeuren. En kijk. Kanker, wie had dat gedacht?"

"Ik heb een tijdlang de leiding gehad van de Standaard Uitgeverij. Die had me weggehaald bij uitgeverij Manteau. Bij Standaard was het de gewoonte om de werknemers geregeld een complete medische controle te laten ondergaan. Dan moest je trappen op hollen en zo (lacht). Met mijn gezondheid was alles altijd prima. Die gewoonte van geregelde medische check-ups ben ik na mijn pensionering trouw gebleven. Het gaf me een veilig gevoel."

"Tijdens een dergelijke controle vond de arts een gezwel ter hoogte van de prostaat. Het kan kwaadaardig zijn, kreeg ik als waarschuwing. Er volgden diverse onderzoeken en het bleek dat ik een uitzaaiend gezwel had: een agressieve, zich snel uitbreidende kanker. Zes maanden eerder hadden ze nog niéts gemerkt. En nu dit."

"Net omdat de kanker zo agressief was, zijn nauwelijks drie maanden na de diagnose mijn lymfeklieren weggenomen. Die zijn immers erg gevoelig voor uitzaaiingen. Op vier plaatsen werd mijn buik geopend. Na onderzoek bleken de lymfeklieren niet aangetast, dat was alvast goed nieuws."

"Wel vijf mogelijkheden van behandeling kreeg ik voorgeschoteld. Een van de behandelingsmethoden, de duurste, was een jonge, Amerikaanse techniek. Heel bijzonder: met fijne naalden brengt men radioactieve zaadjes in je prostaat. Die zaadjes geven daar hun bestraling af. Ik heb er niks van gevoeld. Ook nadien geen centje pijn gehad. Maar er zat op dat moment wel radioactief materiaal in mij, daarom raadde de dokter me aan de eerste weken geen kinderen op de schoot nemen of seksuele betrekkingen te hebben (zie ook kader, nvdr)."

"Nadien moest ik in principe twaalf keer op controlebezoek. Het eerste bezoek herinner ik me levendig. De verpleegster vroeg me na de controle even te wachten "terwijl ze de documenten klaarmaakte". Maar ze blééf maar weg. Ik was er zeker van dat ik slecht nieuws te horen zou krijgen. Anderhalf uur zat ik te wachten met het zweet parelend op mijn voorhoofd. Uiteindelijk bleek dat de verpleegster me gewoon was vergeten (lacht). De resultaten waren schitterend. De behandeling was zo goed geslaagd dat ik het bij dat ene controlebezoek mocht houden."

"Het merkwaardige aan de hele zaak is dat ik in mijn roman Het Gevaar uit 1960 gewaarschuwd heb voor de risico"s van kernenergie. Het Gevaar was mijn protest tegen het feit dat men allerlei toepassingen van kernenergie lanceerde zonder dat er een oplossing was voor het radioactieve afval. De ironie van het levenslot wil nu dat uitgerekend ik mijn leven dank aan een behandeling met radioactiviteit. In het ware leven ontmoet ik mezelf als schrijver (lacht). Ik sta nog wel achter het boek hoor. Een boek is als een kind, dat laat je niet vallen."

"Het is allemaal zo snel gegaan. Tijd voor kwaadheid of overweldigende emoties had ik niet. Wel was er angst. Niet om dood te gaan, maar angst om pijn te lijden. Angst om je actieve, je volle bestaan te moeten opgeven. Angst ook om mijn vrouw te moeten achterlaten. Vijftien jaar geleden brak Lisette bij een kwalijke val twaalf ruggenwervels. Ze is bedlegerig en permanent hulpbehoevend. Het is een zware taak hoor, haar verzorgen. "Wat zou er zonder mij van Lisette worden?" Die gedachte maalde door mijn hoofd."

"We hebben grote pech gekend, weet je. In die nare periode is Lisette nog een keer gevallen. Ik had haar bij de arm, wou de voordeur openen, liet haar even los en ze viel neer. Omdat ze lijdt aan botontkalking, waren de beenderen in haar arm verbrijzeld als glas. Tijdens haar revalidatie ging ik haar elke dag bezoeken. Onderweg naar huis stopte ik dikwijls in een baanrestaurantje om op mijn eentje een hapje te eten. Of ik stopte thuis een boterhammetje achter de kiezen. Ik voelde me een heel eenzame, ongelukkige man."

"Maar ik wil me niet laten kennen. Mijn eigenzinnigheid, of noem het koppigheid zo je wil, belet me er onderdoor te gaan. Zoals iemand die aan het zwemmen is, die dreigt te verdrinken en met alle macht zijn hoofd boven water houdt. Lange tijd kwam ik nauwelijks buiten. Ging ik nergens heen. Maar dat is de jongste maanden veranderd. Onlangs werd ik uitgenodigd om in de plaatselijke bibliotheek hier in Mortsel naar een geschilderd portret van mezelf te gaan kijken. Dat deed goed! Met mensen praten, en (met pretoogjes) genieten van een van mijn lievelingsdrankjes: een blonde Leffe van "t vat."

"Het ontbrak me lang aan moed, tijd en mentale rust om te schrijven. Maar ook dat lukt weer. Ik ben volop bezig aan een nieuw boek: "De man die uit Afrika kwam", is de werktitel. Als schrijver heb ik tot nu toe alle ideeën die ik ooit had, in boeken omgezet. Zelfs al zat er tien jaar tussen de geboorte van het idee en de totstandkoming van het boek. Ik vind dat het nieuwe boek écht bij mijn oeuvre hoort. Ik wil dat afronden."

"Ik kom weer onder de mensen. Ik schrijf weer. Dat geeft hoop en kracht. Het lijkt wel alsof ik aan nieuw leven kan beginnen. Ja, alsof ik een nieuwe start aan het nemen ben."

Lisette

Dit verhaal is de weergave van een lang gesprek nauwelijks enkele weken voor het onverwachte overlijden van mevrouw Vandeloo. Vanzelfsprekend kreeg het daadkrachtige optimisme, dat Jos Vandeloo ook in dit interview zo kenmerkt, een flinke knauw. In getuigenissen na het trieste overlijden drukt de auteur de vaste overtuiging uit door te willen gaan in leven en werk, als eerbetoon aan zijn geliefde Lisette.

Naar het verhalenoverzicht