Vlaams idool Bart Herman blikt terug op keelkanker
Uw lijf nodig om te werken? Praat erover met uw arts!
Als u voor uw job vaak moet tillen en u wordt geopereerd voor borstkanker; of als u met klanten te maken heeft en u wordt in uw gezicht geopereerd voor huidkanker; of als u voor de klas staat en u krijgt iets aan de stembanden, meld dit dan zeker aan uw specialist. Maak duidelijk hoe belangrijk dat voor u is en laat u goed informeren zodat de artsen daar zoveel mogelijk rekening mee kunnen houden bij de behandeling. Net zoals de artsen van Bart Herman er rekening mee hielden dat hij zijn stem nodig had voor zijn beroep.
Kanker van de mond of keelholte
Er zijn verschillende soorten kankers van de mond- en keelholte (zoals lip, tong, tandvlees, amandelen, mondbodem,.). De meest toegepaste behandelingen van deze kankers zijn op dit moment radiotherapie, chirurgie en chemotherapie of een combinatie. In 2000 registreerde het Vlaams Kankerregistratienetwerk in Vlaanderen 791 nieuwe gevallen van kanker van de mond en de keel. Ze komen vooral voor bij mensen boven de 50 en vaker bij mannen dan bij vrouwen.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Keelkanker trof zanger Bart Herman niet enkel in zijn gezondheid, maar ook, en zelfs nog meer, in zijn professionele bezigheden: 'Mijn eerste reactie was: "Dokter, ik ben zanger! Ik moet optreden". De reactie van de arts was nagelhard: "Zet dat uit je hoofd. Dit is een zaak van leven of dood." Wel, hij had groot gelijk.' Bart Herman heeft leven én stem terug.
Tekst: Marc Peirs, uit Leven 28, oktober 2005
'In de zomer van 2003 kreeg ik bobbeltjes in de keel. Venijnige, branderige zwellinkjes. Alsof je met je tong raspt langs een afgebroken tand, zo voelde dat. In die periode was er net een cd uit en had ik het erg druk. Van een doktersbezoek wou ik niet horen. Ik slikte pijnstillers en bleef maar optreden. Maandenlang. En die zwellinkjes? 'Zal wel van de zenuwen zijn', zo maakte ik mezelf wijs. 'Ze zullen wel weggaan...' Maar ze gingen niét weg.'
'Na verloop van tijd slikte ik een hoeveelheid pijnstillers die echt onaanvaardbaar werd. Mijn vriendin, mijn muzikanten, iedereen vond het meer dan bizar dat de zwellinkjes niet verdwenen. In februari zette ik eindelijk de stap: naar de specialist in Brugge.'
'De arts was heel sympathiek en recht voor de raap. "Rook je?" Jawel, zeker twee pakjes per dag. Tot 's nachts toe, wanneer ik nieuwe nummers componeer of teksten schrijf. "Drink je? Sterke drank?" Ja. Je weet hoe het gaat: je blijft hangen na een optreden, je drinkt wat. Ik koos vaak voor rum-cola. "Dan weet ik wat je hebt", zei de arts, en hij voegde eraan toe: "Maar we kunnen je genezen". Het woord kanker werd niet uitgesproken. Dat hoefde ook niet: ik wist het. Ik had mezelf maandenlang een rad voor de ogen gedraaid, maar tegelijkertijd had ik een donkerbruin vermoeden wat er met me aan de hand was. Wanneer de diagnose dan valt, is dat een rare kruising van een veroordeling en een vrijspraak: je bent zwaar ziek, maar de dokter spreekt meteen over genezing. Vergelijk het met een student die weet dat hij gezakt zal zijn. Bij de proclamatie hoort hij de uitslag: gezakt, inderdaad. Maar hij hoort er meteen bij: "In de tweede zittijd zal je slagen" (lacht). Het was voor mij dus helemaal geen verrassing. En dat maakte het verdict waarschijnlijk makkelijker om dragen dan wanneer de diagnose als een onverwachte klap van de hamer komt.'
'De arts legde meteen de kaarten op tafel: hij nam de woorden "zware ingreep" in de mond. En hij had het over "verblijf in het ziekenhuis". Ik steigerde. Vier, vijf dagen in het ziekenhuis? Ondenkbaar. Ik ben zanger! Ik heb optredens af te werken! De arts reageerde hard en gevat: "Vergeet die optredens. De komende maanden zeg je gedag aan de bühne. Dit is een zaak van leven of dood, niet van een optreden". Hij had gelijk, natuurlijk. Maar als je zanger bent en je keel raakt buiten strijd, dan is dat niet alleen een aanval op je lichaam, maar ook op je beroep.'
'De artsen hebben heel knap gereageerd op die bijzondere problematiek. Ik kreeg de belofte dat alle betrokken dokters rekening zouden houden met mijn beroep. Zo hebben ze een dag voor de operatie een specifiek onderzoek op mijn stembanden uitgevoerd. Dat leverde mij het beste nieuws op dat ik kon bedenken: de stembanden waren niet aangetast! Een loden last viel van me af. Plots leek die hele operatie een makkie....Want ik was méér bezorgd om mijn stembanden dan om de eigenlijke operatie. Ook al omdat ik niet goed wist wat de ingreep precies inhield (glimlacht).'
'Dat zou ik snel genoeg wél weten: een stuk van mijn tong werd weggesneden, achterin de mond, aan de linkerkant. Om de wonde te herstellen, is een stuk huid van mijn dij getransplanteerd. Dus heb ik nu op mijn been een raar, vierkant litteken (lacht). Niks ergs. In mijn mond voel ik het litteken telkens wanneer ik slik. En de linkerzijde van mijn gezicht is nog altijd gevoelloos. Scheer ik me, dan voel ik daar niéts'.
'Drie maanden lang moest ik opnieuw leren spreken - om van zingen nog te zwijgen. De ingreep was geconcentreerd achter in mijn keel, waar je de gutturale klanken produceert: de 'k' bijvoorbeeld. Ook de 's' kon ik niet of nauwelijks uitspreken. Met logopedie en veel oefenen kwam dat allemaal weer in orde. De operatie maakte ook mijn mondholte kleiner: ik zal nooit meer zo luid kunnen zingen als voor de kanker toesloeg. Maar eigenlijk ben ik nooit uit circulatie geweest. Was het nieuws over mijn kanker niet uitgelekt in Dag Allemaal, dan zouden de mensen er niks van hebben gemerkt. Maar goed, zodra het uitlekte, was het beter om open kaart te spelen.'
'Mijn muzikanten waren de eersten die het nieuws vernamen. Zij waren ook de eersten om me na de ingreep te bezoeken. Dat zijn maten. Nu het achter de rug is, praten we er nooit meer over. Ook mijn ouders en mijn vriendin hebben prima gereageerd en me stevig gesteund. En van de fans kreeg ik ladingen vol steunkaartjes. Nu nog komen mensen me na een optreden vragen hoe het met me gaat. Ontroerend.'
'Ik leef nu per twee maanden. Zo lang zit er tussen elke controle. De dag ervoor en de dag zelf ben ik enorm zenuwachtig. Vreemd genoeg word ik méér zenuwachtig naarmate de operatie langer achter me ligt. Bij de eerste controles dacht ik "Bon, ik ben nét geopereerd, dat zal hier wel okay wezen", maar nu ben ik banger. In principe ben ik genezen. Maar de kanker kan terugkomen. Vijf jaar lang leef je in de risicozone.'
'Weet je wat me recht hield tijdens de revalidatieperiode? Wanneer ik hulpeloos in bed kroop, sliep ik in met de gedachte "Wanneer dit achter de rug is, gaan we een fantástische cd maken!". Drie maanden later was het zover: de eerste opnamedag in de studio. Doodsbang was ik. Stel dat de muzikanten en de technici zouden zeggen "Oeps, dat klinkt niet echt goed...". Maar die mannen zeiden: "Okay, wij horen niks raars". Wat later, op 1 juli 2004, volgde dan het eerste optreden voor publiek. Ik zong. Ik zong alsof ik herboren was. En we waren vertrokken!'



