LinksSitemapContact
U bent hier:

Ziekenhuisvrijwilligster Lea Scheers: ‘De patiënten stellen de vrijwilligers zeer op prijs’

Zelf vrijwilliger worden?

De VLK heeft al een uitgebreid netwerk van vrijwilligers, maar ze zoekt nog meer mensen. Spreekt vrijwilliger worden u aan? Bel voor meer info naar 070/22.55.25 (alleen tijdens de kantooruren) of stuur een e-mail naar vrijwilliger@tegenkanker.be (vermeld uw voornaam, naam, woonplaats en telefoonnummer a.u.b.).

Met een VLK-vrijwilliger praten?

De ziekenhuisvrijwilligers van de VLK verzekeren een of meerdere halve dagen permanentie op de oncologische afdelingen van 35 Vlaamse ziekenhuizen. Hier vindt u een lijst van de ziekenhuispermanenties.

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
De Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) heeft voor de individuele steun en opvang van kankerpatiënten, hun familie en vrienden een grote groep van goed opgeleide vrijwilligers. Die gaan onder andere in het ziekenhuis bij patiënten op bezoek. Zij verzekeren daar de permanentie op de afdelingen waar kankerpatiënten behandeld worden. Vrijwilligster Lea Scheers doet haar verhaal.

Lea (60) is vijf jaar vrijwilligster in het Algemeen Ziekenhuis Sint Maarten in Mechelen op de afdeling oncologie. Ze werkt elke woensdag van 10 tot 14u.

Hoe het begon…

Mijn eerste man is tien jaar geleden aan kanker gestorven. Ik kon toen nergens terecht met mijn verhaal. Zeker voor de partner was er nauwelijks aandacht. Weinig bezoekers dachten eraan om ook eens te vragen hoe het met mij ging. Toen had ik al het idee dat ik daar iets aan wou doen, aan dat gevoel van alleen op de wereld te zijn. Nadat mijn man gestorven is, heb ik eerst mijn eigen verdriet verwerkt en mijn leven gereorganiseerd. Toen ik een vacature zag voor ziekenhuisvrijwilligers van de VLK, wist ik meteen dat dat het was.’

Hoe ziet haar dag eruit…

'’s Morgens lopen we eerst even langs bij de verpleegkundigen en we vragen of er iets speciaals is waar we op moeten letten: zijn er nieuwe patiënten bijvoorbeeld of is er iemand die net slecht nieuws gekregen heeft? Dan beginnen we eraan. In principe werken we tot 14u, maar het lukt mij niet zo goed om stipt te stoppen. Als er nog patiënten zijn die mij verwachten, kan ik het niet over mijn hart krijgen om zomaar weg te gaan.’
‘De patiënten stellen de vrijwilligers zeer op prijs. Sommigen zijn alleenstaand, zonder kinderen. Zij zijn blij dat ze tegen ons eens mogen zagen. Zo zeggen ze dat ook. Anderen willen hun partner of hun kinderen sparen en vertellen hun problemen daarom aan ons. Vanuit mijn eigen ervaring probeer ik ook aandacht te geven aan de partner, maar sommige mensen kan je niet bereiken. Dan laat ik het zo.’
‘Niet elk gesprek is diepzinnig. Soms gaat het gewoon over de kleinkinderen of over het communiefeest. Soms gaat er wat tijd over heen vooraleer mensen zich bloot geven. Maar of het gesprek licht of diep is, door de jaren heen heb ik geleerd de juiste afstand te bewaren.’

Verhalen uit het ziekenhuis

Op de koffie
‘Ik begin elk gesprek op dezelfde manier. Ik bied altijd eerst wat te drinken aan. Soms weet ik al op voorhand wat de patiënt zal bestellen. Ik drink ook altijd iets mee. Zelfs als ik geen dorst heb. Samen iets drinken stelt mensen op hun gemak.’

Mannenpraat
‘Op onze afdeling zijn er nogal wat mannelijke patiënten. Je voelt meteen of mannen open willen praten of niet. Sommigen vertellen hoe moeilijk het is om met een stoma te vrijen bijvoorbeeld. Of ze zoeken naar nieuwe mogelijkheden nadat prostaatkanker hun potentie heeft aangetast. Dan overloop ik de mogelijkheden. Soms is dat best grappig. Dan zeg ik tegen een zeventigjarige dat knuffelen ook zijn waarde heeft. "Ja zeg, ga weg", zegt zo’n man dan, "ik ben geen tachtig of negentig, hè". Dan schieten we allebei in de lach. Sommige mannen blijven altijd een beetje jager, hè.’

Hartverwarmende momenten
‘Er was een dame die wist dat ik graag rijstpap lust. Twee keer per jaar ging ze op reis naar het Griekse Kos en dan bracht ze mij altijd een zakje verse saffraan mee. Dat is hartverwarmend. Zelf op vakantie denken de mensen aan ons. Dat doet echt plezier.’

De champagnefuif
‘Op 2 januari hadden de patiënten in het ziekenhuis een champagnefuif georganiseerd. Ondanks het feit dat ik met verlof was, ben ik toch langs gegaan. Er zijn vijf flessen gekraakt, met nootjes en chips erbij. De sfeer was onbeschrijfelijk. Sommige patiënten hadden net chemo gehad, maar wilden toch klinken op het nieuwe jaar. Het is heel bijzonder om te zien hoe patiënten elkaar moed inspreken en steun zoeken bij elkaar.’

Hubert Bosmans (VLK): ‘Vrijwilliger moet zichzelf kunnen zijn’

‘Elke vrijwilliger moet zichzelf kunnen zijn', vertelt Hubert Bosmans, coördinator van de VLK-dienstverlening voor kankerpatiënten in de regio Antwerpen-Mechelen. 'Ieder heeft zijn eigen stijl. Maar van elke vrijwilliger verwachten we een zekere maturiteit en relativeringszin. En het belangrijkste is: een luisterend oor hebben. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet. Je moet kunnen luisteren en toch voldoende afstand bewaren. Bij mensen die zelf kanker gehad hebben, gaan we na of ze hun eigen ziekte voldoende verwerkt hebben. Anders bestaat de kans dat de vrijwilliger tijdens de gesprekken zelf opnieuw patiënt wordt en te veel over zichzelf praat en niet meer luistert.’
‘Na een eerste kennismakingsgesprek doorlopen kandidaat-vrijwilligers een cursus van tien dagdelen. Daarin krijgen ze onder meer informatie over kanker en kankerbehandelingen, trainen ze luistervaardigheden, bezoeken ze een oncologische afdeling in een ziekenhuis… Na die cursus volgt opnieuw een individueel gesprek waarin wederzijds wordt afgetast of de kandidaat geschikt is voor de job. Wie eenmaal als vrijwilliger aan de slag is, wordt door ons verder gecoacht. Mensen kunnen bij ons terecht voor een persoonlijk gesprek. We bieden ook vormingsactiviteiten aan en we brengen de vrijwilligers geregeld met elkaar in contact waardoor ze uit elkaars ervaringen kunnen leren. Eenmaal per jaar gaan we met z‘n allen op provinciale uitstap en elk jaar leggen we onze vrijwilligers tijdens de Nationale Vrijwilligersdag eens goed in de watten.’

Naar het verhalenoverzicht