Zuster Lena Vanbuel: "Samen bidden geeft mij kracht'
Praten over kanker
Praten over gevoelens en angsten rond de ziekte doet vaak goed. Dat kan
- met lotgenoten via een zelfhulpgroep of op het forum op deze website
- in de inloophuizen van de VLK
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
In het klooster van Berlaar leven zeventig Zusters van het Heilig Hart van Maria in gemeenschap samen. Zuster Lena Vanbuel (65) is er de vierde jongste. Acht jaar geleden kreeg ze eierstokkanker; vijf jaar geleden borstkanker. Ook al leven haar medezusters erg met haar mee, 'Toch weet je pas wat kanker is, als je het zelf hebt meegemaakt', zegt zuster Lena. Helemaal alleen krijg je zo"n ziekte niet verwerkt. 'In een huwelijk zoek je steun bij je partner, ik zoek houvast in het gebed.'
Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 29, januari 2006
In 1997 begon zuster Lena plots kilo"s te verliezen en voelde ze zich niet lekker in haar vel. Na een paar weken kon ze nauwelijks meer vooruit. Haar medezusters meenden dat het kwam door het rouwproces dat ze doormaakte. Zuster Lena had nog maar net afscheid moeten nemen van zuster Barbara, een oudere zuster die ze kende vanaf haar prille jeugd en met wie ze een heel bijzondere band had opgebouwd.
'Zelf wist ik dat het niet door het treuren kwam', zegt Zuster Lena. 'De dood van zuster Barbara was een mooie ervaring voor mij geweest, waar ik openlijk over kon praten. Toen ze al een tijd ziek was, bezocht ik haar en ik zei haar dat ze weer beter moest worden, want dat ik haar niet kon missen. "Mij missen," antwoordde ze, "dat kan niet, wij zijn altijd samen." Dat waren haar laatste woorden, daarna viel ze in coma en twee dagen later is ze gestorven.'
Zes weken later werd bij zuster Lena eierstokkanker vastgesteld. Ze werd geopereerd en kreeg chemotherapie. 'Die behandeling was vreselijk', zegt zuster Lena. 'Na de vijfde beurt dacht ik eraan om af te haken, maar ik heb uiteindelijk toch doorgezet. Toen de chemotherapie was afgerond, ben ik snel terug aan de slag gegaan in de grootkeuken. Dat heb ik mijn hele leven gedaan en ik was bang dat ik mijn werk zou kwijtraken als ik te lang wegbleef. Toch voelde ik dat ik niet meer dezelfde kracht had als ervoor. Zo is het drie jaar goed gegaan. Ik liet me elke twee à drie maand controleren. Tot er borstkanker werd vastgesteld. Toen ik dat nieuws vernam, dacht ik, vooruit dan maar, dan beginnen we opnieuw. In de maanden die volgden werd ik twee keer geopereerd en kreeg ik 35 bestralingen.'
Kleinigheden
'Ook al was het hard, ik heb het altijd trachten te aanvaarden', zegt Zuster Lena. 'Het is zo, dus zit er niets anders op dan je er doorheen te slaan. Als ik het moeilijk kreeg, dacht ik aan de vele moeders met kinderen die ook ziek worden en ondertussen het huishouden moeten beredderen en financieel rond moeten zien te komen. Daar moet ik me hier in het klooster geen zorgen over maken.'
Toch had zuster Lena geregeld het gevoel dat ze er uiteindelijk ook alleen voor stond. 'Mijn medezusters waren bezorgd en deden hun best om mij te helpen, maar als je het zelf niet hebt meegemaakt, weet je toch niet echt waar het over gaat. Lotgenoten begrijpen elkaar beter, heb ik gemerkt. Ik had ook veel aan een zuster die even oud is als ik en uit hetzelfde dorp afkomstig is. Dat schept een band. Zij bracht al eens een bloemetje mee uit haar tuin of ze trakteerde me op speculaasjes. Veel stelt dat niet voor, het zijn maar kleinigheden, maar toch hielp mij dat er geregeld bovenop.'
Wees
'Ik ben eigenlijk al heel jong met kanker geconfronteerd', vertelt zuster Lena. 'Toen ik tien jaar was, kreeg mijn moeder borstkanker en een jaar later is ze overleden. Mijn vader, die een pak ouder was dan mijn moeder, bleef achter met drie jonge dochters. Op mijn twaalfde werd ook mijn vader ziek en ben ik niet meer naar school gegaan om in het huishouden te helpen. Mijn zussen waren toen veertien en vijftien. Drie jaar later is mijn vader overleden en ging ik als werkmeisje aan de slag bij een boer en zijn vijf zonen. Daar heb ik enorm hard gewerkt, maar ook veel geleerd. In die tijd vond ik al houvast in het gebed en ook in de kerk voelde ik me altijd enorm aangesproken door het geloof. Op mijn achttiende ben ik dan ingetreden. Zuster Barbara kende ik vanuit die tijd. Mijn medezusters begrepen soms niet dat ik zo"n hechte band met haar had, maar ik was wees en voelde me vaak moederziel alleen. Zij ving mij op, bij haar kon ik met alles terecht, met vreugde en verdriet.'
'Kort voordat ik novice ben geworden, zijn mijn twee zussen allebei op dezelfde dag getrouwd. Met hen heb ik ook een sterke band. We hebben veel meegemaakt, dus we doen niet flauw, maar we zijn er wel voor elkaar. Toch kan ik met hen moeilijk over kanker praten. Mijn oudere zus kreeg tien jaar geleden ook borstkanker en voor haar was dat een rampzalige ervaring, waar ze het nog steeds erg moeilijk mee heeft. Mijn oudste zus treurt nog steeds om haar echtgenoot die 22 jaar geleden aan longkanker is gestorven. Ook met haar kan ik moeilijk over kanker praten, want ze wuift het weg of ze zegt dat het weer snel zal beteren.'
Waarheid
'Bij de huisarts en de gynaecoloog merk ik dat er vaak geen tijd is om over mijn gevoelens of mijn angsten te praten. Soms willen ze zelfs de uitslag van het onderzoek niet meedelen. Zo moest ik op een keer plots bij de gynaecoloog langs omdat mijn bloedwaarden niet goed waren. Ik vroeg hem wat dat precies betekende, want ik wilde de waarheid weten. Toch wou hij niet zeggen waar het op stond. Hij scheef me toen Arimidex voor. Een tijd later las ik toevallig in de Gazet van Antwerpen dat dat een middel is dat mogelijks voorgeschreven wordt bij herval. Dat was vreselijk om dat in de krant te moeten lezen. In diezelfde periode sukkelde ik ook met mijn stembanden zodat ik nauwelijks kon praten. Daar zit je dan, je kan nauwelijks praten en er is niemand die je kan opvangen. Ik had toen het gevoel dat die problemen met mijn stem het begin van het einde waren. Dat is om gek te worden.'
'Ook nu ga ik geregeld op controle en elke keer opnieuw ben ik bang dat er iets mis is. Ik moet nu stoppen met Arimidex en dat maakt me zenuwachtig.'
'Uiteindelijk is mijn grootste toeverlaat het gebed. Steun zoek je altijd in je onmiddellijke omgeving. In een huwelijk is dat je partner, voor mij is dat het gebed. 's Morgens en 's avonds bidden we samen en dat geeft mij kracht. Met één zin leef ik al jaren in mijn hoofd: "God is mij in alle omstandigheden reddend nabij" en ook de laatste woorden van zuster Barbara, "wij zijn altijd samen", geven mij veel houvast. Een ziekte als kanker kan je immers niet alleen verwerken.'



